Eiseres heeft op 3 juni 2024 een aanvraag ingediend bij het UWV tot herbeoordeling van een WIA-uitkering voor haar (ex-)werknemer. Het UWV heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van acht weken beslist. Na ingebrekestelling op 27 november 2024 en het verstrijken van twee weken zonder besluit, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is omdat het UWV de beslistermijn heeft overschreden. Het UWV gaf aan dat de overschrijding te wijten is aan beperkte capaciteit van verzekeringsartsen en de noodzaak van onderzoek door deze artsen en mogelijk een arbeidsdeskundig onderzoek.
De rechtbank vindt een termijn van twee weken onhaalbaar en stelt een redelijke termijn van vier maanden vast waarbinnen het UWV alsnog moet beslissen. Tevens legt de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 19 juni 2025.