Uitspraak
1.De procedure
- het bericht van 20 maart 2024 met producties van [huurder] ;
- de mondelinge behandeling van 3 april 2024, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt;
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
“De aanwezigheid van enkel glas is geen gebrek maar het is gedateerd, in het kader van energiebesparing is het wenselijk om het enkel glas te vervangen voor HR++ glas.”
“Binnen in de woning het optrekkend vocht in de vloeren en de binnenwanden en de geringe mogelijkheid tot ventileren in de woning met als gevolg een ongezond binnenklimaat.”En op pagina 5:
“Het hoge vochtpercentage in de binnenwand wordt veroorzaakt door optrekkend vocht van de fundering en de vloerconstructie.”Als advies geeft [bedrijf 1] :
“De binnenwanden injecteren zodat er geen vocht meer kan optrekken. De oorzaak van het optrekkend vocht wordt hier niet mee opgelost, of dat mogelijk is dat is mede afhankelijk van de vloerconstructie van de begane grond vloer.”Naar het oordeel van de kantonrechter staat op basis van dit rapport, de foto’s en de standpunten van partijen voldoende vast dat hier sprake is van een gebrek. Evident is ook dat dit gebrek leidt tot een vermindering van het huurgenot van [huurder] . Er is op meerdere plaatsen in de woning ernstige schimmelvorming ontstaan. [verhuurder] is als verhuurder gehouden om dit gebrek te verhelpen.
“Voor het stucwerk moet het vochtprobleem opgelost worden. Onder de vloer staat een halve meter water. Mijn bevinding is een drainage te plaatsen.”[verhuurder] betwijfelt of er water onder het huis staat en voert aan dat eventueel vocht nu niet meer zou moeten kunnen optrekken en dat het even duurt voordat al het vocht uit de wanden is getrokken. De kantonrechter is van oordeel dat enkel op basis van de offerte van de stukadoor niet kan worden vastgesteld of er water onder het gehuurde staat en of dat nu nog leidt tot vochtproblemen in de woning. Bovendien ligt de woning volgens partijen op een terp, zodat de stelling dat er water onder de woning staat een nadere toelichting behoeft. Het lag op de weg van [huurder] om zijn stellingen op dit punt nader te onderbouwen, bijvoorbeeld door het overleggen van foto’s of een verklaring van een deskundige. Dat heeft [huurder] niet gedaan, zodat niet wordt toegekomen aan nadere bewijslevering op dit punt.
“Toen de heer [huurder] bleef aandringen op een bezoek ter plaatste heb ik hem proberen uit te leggen dat deze app niet voor hem bedoelt is maar gebruikt kan worden om het gebruik hij te houden en dat ik er niet direct om sta te springen om langs te komen. De unit was goed ingesteld en doet dan gewoon zijn werk.[…]”Op grond hiervan kan de kantonrechter niet vaststellen dat de unit niet werkt, zodat niet blijkt van een gebrek, nog los van de vraag of de unit noodzakelijk was (wat [verhuurder] betwist). Dat neemt overigens niet weg dat van de verhuurder verwacht mag worden dat hij voor zover de gebruiker instellingen van de unit dient aan te passen, ervoor zorgt dat de huurder over voldoende informatie hiervoor (zoals een gebruiksaanwijzing) kan beschikken.
et is niet de bedoeling dat je kosten en reparaties zelf met de huur gaat verrekenen. Als je kosten – waarvan je vindt dat ik die moet betalen – wilt maken dan moet je dat te voren met mij overleggen. Bij akkoordbevinding zal ik je die kosten vergoeden. Graag ontvang ik een kopie van de nota ad € 220,00 die je voor de schade aan de goot hebt voldaan. (…) Wij spraken af dat je voor € 1.500,00 (een maand huur) het hele huis zou schilderen en waar nodig repareren en dat alle materiaalkosten daarbij voor jouw rekening zouden zijn. Het is dus niet de bedoeling dat je reparatie en vervangingskosten nu afzonderlijk aan mij in rekening brengt. (…) Graag wil ik een bevestiging dat het je het hier mee eens bent.”
“Het huis zal, zoals besproken, aan de buitenkant worden geschilderd voor € 1.500,00 (1 maand huur) in de bestaande kleuren met de kwaliteitslak. Dakgoot achter, dit is niet met aluminium tape gerepareerd (…). Om de lekkage te verhelpen is er op 3 plekken EPDM geplakt door [bedrijf 2] . Deze kosten zal ik voor mijn rekening nemen, is contant betaald, heb hier geen bon van ontvangen.”
“29. Slecht aangelegde electra buitenlampen in tuin en schuren vernieuwd door ondergetekende. Gemaakte kosten € 878,00”. [bedrijf 1] bevestigt op pagina 11 van het rapport
“Dat er armaturen en overig elektra vernieuwd is dat klopt de noodzaak hiervan is door ons niet vast te stellen”Daaruit volgt dat [huurder] dit punt al heeft hersteld, daarvoor de herstelkosten vordert en dus geen herstel meer kan vorderen.
“Tevens heb ik mijn twijfels bij de aansluitpunten van de huidige buitenverlichting. Volgens de metingen is de lekstroom op de bestaande aansluitpunten te groot, zodat ik die nu tijdelijk de voedingskabel heb moeten loskoppelen. I.v.m het loskoppelen van de bestaande voedingskabel t.b.v. buitenverlichting en karkooi is de installatie spanningsloos […]”Daaruit volgt dat de elektricien de voedingskabel heeft losgekoppeld, omdat hij twijfels heeft bij de aansluitpunten van de buitenverlichting. Zonder nadere toelichting, die hier ontbreekt, blijkt hieruit niet dat de problemen zich (ook) in de grondkabel voordoen. Voor zover sprake is van ondeugdelijkheid van de door [huurder] zelf uitgevoerde werkzaamheden, zijn de gevolgen daarvan voor zijn rekening en risico.
Omdat jullie, als gezegd, de ketel ook feitelijk niet meer gebruiken om het huis met radiatoren te verwarmen, en dus vrijwel alleen voor warm water, verbruiken ook jullie een stuk minder gas. Ik heb het onderhoud van de beide Rehemaketels daarom voor volgend jaar zomer geagendeerd. Wij kunnen dan gelijktijdig vragen om radiatorkraan boven te vervangen…”Vervolgens heeft [huurder] hierop gereageerd met “
Bedankt voor de uitleg”.Vast staat dat het ketelonderhoud ook in augustus 2023 heeft plaatsgevonden. Nergens blijkt uit dat [huurder] in de tussenliggende periode aan [verhuurder] kenbaar heeft gemaakt dat de CV-ketel niet goed functioneert of lekt of dat eerder onderhoud noodzakelijk is. Onder deze omstandigheden heeft [huurder] naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwd waarom hier sprake is van een gebrek dat een beperking van het huurgenot oplevert.
Het is niet mogelijk om het functioneren van de radiatorkranen te controleren. Het niet functioneren van de verwarming op de verdieping is door ons niet te controleren. Onderhoud aan de cv-ketel is sinds 2020 niet uitgevoerd, 3 augustus is de cv-ketel gecontroleerd.”
wij zijn van mening dat de schuurdeur uithangt en daardoor over de bestrating schraapt met als gevolg houtrot aantasting in de schuurdeur. Het gewicht van de schuurdeur is te veel voor 2 scharnieren en dit moeten er minimaal 3 zijn.”
dakbalk gebroken in atelierruimte in de tuin. De toegepaste balken zijn te licht in afmeting deze zijn niet geschikt om het gewicht van dakconstructie te dragen. Met als gevolg dat deze doorhangen en kunnen breken.”
lekkage geconstateerd, zowel op regelaar, drukmeter als op de leiding”.Verder legt [huurder] een e-mail van [bedrijf 4] van 22 december 2020 over. Daarin staat: “
We hebben de foto’s van de chauffeur door onze technische dienst laten bekijken en zo te zien is de ingang van de regelaar lek. (…) m.b.t. het leidingwerk kunnen we vanaf de foto niet zien of daar een lekkage zit, hier zal de monteur dan meteen even naar kijken. Mogelijk dat er een koppeling dit die lekt dan kan hij dat meteen vervangen.”
Even overleg er groeien een aantal grote takken van de walnoot bomen bij ons de tuin in. Ze nemen het licht weg van de planten en de fruitbomen waar ik een hoop tijd in steek. Kan ik deze snoeien als de noten er af zijn.”Daarop reageert [verhuurder] per e-mail van dezelfde dag: “
Je mag overhangende takken terugsnoeien. Liever in augustus dan in het najaar. En het snoeihout mag je aan de straat op de takkenhoop bij de beek leggen…”
Svp vermelden dat lekkage niet kan komen door trillingen van bestrating schuurtje wat 5 meter verder staat.” En daaronder: “
wortels van bomen op oprit zijn waarschijnlijk de oorzaak lekkage”. Hoewel de kantonrechter met [verhuurder] van oordeel is dat hiermee niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de lekkage aan de waterleiding is ontstaan door wortelgroei, kan evenmin worden vastgesteld dat de oorzaak aan [huurder] is te wijten. Het lag op de weg van [verhuurder] om zijn (bevrijdende) verweer gezien de betwisting door [huurder] op dit punt nader te onderbouwen. De kantonrechter is van oordeel dat [verhuurder] dat niet, althans onvoldoende heeft gedaan. Daarom kan niet vast komen te staan dat de kapotte waterleiding is toe te rekenen aan [huurder] , is dus sprake van een gebrek in de zin van 7:204 BW en is het de verantwoordelijkheid van [verhuurder] als verhuurder om het herstel van dit gebrek op te pakken.
“[…] Afgelopen maandag zou — als drie maal plechtig beloofd - [naam] aan het achterzoldertje beginnen ... en dus niks meer van hem gehoord of gezien . Echt waardeloos. Ik laat het maar even zo ... . als hij het alsnog wil doen dan zal het dat ons wel laten weten , denk ik maar zo.[…]”Daarop heeft [huurder] dezelfde dag per e-mail gereageerd
“[…] Oke zal ik doen.anders heb ik nog wel iemand voor je die het wil doen denk ik.[…]”.
Ik laat het maar even zo … als hij het alsnog wil doen …’, volgt hieruit naar het oordeel van de kantonrechter niet zondermeer dat [verhuurder] een toezegging heeft gedaan om het zoldertje ook te laten isoleren als [naam] niet zou kunnen. Hierover is ook niets in de huurovereenkomst vastgelegd. Evenmin heeft [huurder] andere stukken overgelegd waaruit blijkt dat [verhuurder] hier een concrete toezegging heeft gedaan, althans welke afspraken op dit punt precies zijn gemaakt. Dat had wel op de weg van [huurder] gelegen, omdat hij zich beroept op nakoming van deze afspraak. De kantonrechter kan daarom niet vaststellen dat [verhuurder] tekort geschoten is in de nakoming van een verplichting en evenmin dat sprake is van een gebrek dat door [verhuurder] hersteld moet worden.
- de gevolgen van het optrekkend vocht in de muren op de begane grond (schimmel en waar nodig stuukwerk);
- de bestrating, waarbij niet zonder meer bomen moeten worden gekapt, maar wel zodanig dat sprake is van een goed toegankelijk tuinpad van en naar de woning;
- de deur van de karkooi, zodanig dat deze zonder op te tillen normaal bruikbaar is en daarnaast herstel van de aan de deur ontstane schade;
- de dakconstructie van de kleine schuur;
- de lekkage in de waterleiding naar de karkooi;
- het gebarsten ruitje in de woonkamer;
5.De beslissing
- de gevolgen van het optrekkend vocht in de muren op de begane grond
- de bestrating
- de deur van de karkooi
- de dakconstructie van de kleine schuur
- lekkage in de waterleiding
- het gebarsten ruitje in de woonkamer.
- het tuinhuisje te verwijderen en de tuin op die plek in de oorspronkelijke staat terug te brengen,
- het in de karkooi en de kleine schuur aangebrachte schuim binnen en buiten strak af te snijden en deugdelijk af te werken, zodat dit niet meer zichtbaar is,
- de gebreken aan het elektriciteitsnet te herstellen.
- een bedrag van € 493,27 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 28 november 2023 tot aan de dag van volledige betaling
- een bedrag van € 1.370,13 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van 28 december 2023 tot aan de dag van volledige betaling