ECLI:NL:RBZWB:2025:3817

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
23 mei 2025
Publicatiedatum
19 juni 2025
Zaaknummer
RK 25-006066
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Raadkamer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 530 SvArt. 534 lid 1 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning schadevergoeding aan verzoekster na vrijspraak ex artikel 530 Sv

Verzoekster heeft op 26 februari 2025 een verzoekschrift ingediend tot toekenning van schadevergoeding op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering, nadat zij op 31 januari 2025 door de politierechter was vrijgesproken. De procedure vond plaats bij de enkelvoudige raadkamer van de rechtbank Zeeland-West-Brabant te Middelburg op 20 mei 2025, waarbij verzoekster, haar advocaat en de officier van justitie zijn gehoord.

De rechtbank beoordeelde het verzoek op grond van artikel 530 Sv Pro en artikel 534 lid 1 Sv Pro, waarbij zij alle omstandigheden van de zaak in aanmerking nam. De rechtbank constateerde dat de zaak zonder strafoplegging of maatregel was geëindigd en dat verzoekster geen toegevoegde raadsman had. De gevorderde kosten van rechtsbijstand, reiskosten en forfaitaire vergoeding voor het verzoekschrift werden als redelijk en voldoende onderbouwd beoordeeld.

De rechtbank wees het verzoek toe tot een totaalbedrag van €4.233,63, bestaande uit €3.521,55 voor rechtsbijstand, €32,08 voor reiskosten en €680,00 als forfaitaire vergoeding voor de behandeling van het verzoekschrift in de raadkamer. De beslissing werd op 23 mei 2025 genomen door rechter L.W. Louwerse en uitgesproken op de openbare zitting. Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.

Uitkomst: Verzoek tot schadevergoeding ex artikel 530 Sv wordt toegewezen tot een bedrag van €4.233,63.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht
Zittingsplaats Middelburg
parketnummer : 02-261799-24
raadkamernummer : 25-006066
datum : 20 mei 2025
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het verzoek op grond van artikel 530 van Pro het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[verzoekster],
geboren op [geboortedag] 1970 te [geboorteplaats],
woonplaats kiezend op het kantoor van mr. R.W. van Voorst Vader advocaat te Hulst, (Havenfort 2, 4561 GD Hulst),
hierna te noemen: de verzoekster.

1.De procedure

De procedure blijkt onder meer uit de volgende stukken:
 het op 26 februari 2025 bij de griffie ingediende verzoekschrift dat strekt tot toekenning van een vergoeding
ex artikel 530 van Pro het Wetboek van strafvordering(Sv) ten laste van de Staat voor een bedrag van:
  • € 3.521,55, voor vergoeding van kosten rechtsbijstand;
  • € 32,08, voor vergoeding van reiskosten;
  • € 340,00 als forfaitaire vergoeding voor het opstellen en indienen van het verzoekschrift dan wel € 680,00 bij behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
  • de aantekening van het mondelinge vonnis van de politierechter van 31 januari 2025 waarbij verzoekster is vrijgesproken;
  • de schriftelijke reactie van de officier van justitie;
  • de overige stukken in het raadkamerdossier.
Op 20 mei 2025 heeft het onderzoek door de raadkamer plaatsgevonden. Hierbij zijn de officier van justitie mr. C.P.G. Tax, verzoekster en mr. R.W. van Voorst Vader als advocaat van verzoekster gehoord.
De advocaat van verzoekster heeft aangevoerd dat, gelet op de aard van de zaak en alle bijkomende omstandigheden, de gevorderde kosten alleszins redelijk zijn in verhouding tot de zaak.
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat zij, gehoord hebbende de toelichting die is gegeven door de advocaat, zich refereert aan het oordeel van de rechtbank.

2.De beoordelingDe zaak is geëindigd zonder oplegging van straf of maatregel en zonder dat toepassing is gegeven aan artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht.

De rechtbank is bevoegd om het verzoek in behandeling te nemen omdat de zaak in feitelijke aanleg bij de rechtbank is vervolgd.
Op grond van artikel 530 Sv Pro wordt aan een gewezen verdachte een vergoeding toegekend, tenzij de raadsman was toegevoegd.
Artikel 534 lid 1 Sv Pro bepaalt dat de toekenning van een schadevergoeding steeds plaatsheeft, als en voor zover daartoe naar het oordeel van de rechter gronden van billijkheid aanwezig zijn. Bij deze beoordeling worden alle omstandigheden in aanmerking genomen.
Het verzochte bedrag aan kosten van rechtsbijstand ter hoogte van
€ 3.521,55is in voldoende mate onderbouwd en komt de rechtbank billijk voor. De rechtbank zal dit bedrag toewijzen.
De rechtbank is van oordeel dat de reiskosten in verband met het bijwonen van de zitting, voldoende onderbouwd zijn. De rechtbank wijst de verzochte reiskosten ter hoogte van
€ 32,08toe.
Voor de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer wordt het forfaitaire bedrag van
€ 680,00toegekend.

3.De beslissing

De rechtbank:
wijst het verzoek tot toekenning van een vergoeding ex artikel 530 Sv Pro toe tot een bedrag van
€ 4.233,63, bestaande uit:
- € 3.521,55 aan kosten van rechtsbijstand;
- € 32,08 aan reiskosten;
- € 680,00 de kosten verbonden aan de indiening en behandeling van het verzoekschrift in raadkamer;
bepaalt dat een bedrag van
€ 4.233,63zal worden overgemaakt op [rekeningnummer] ten name van Derdenrekening De Rechter Advocaten te Hulst/Terneuzen, onder vermelding van “[referentie]”.
Deze beslissing is op 23 mei 2025 genomen door mr. L.W. Louwerse, rechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S.S. Fanis, griffier, en is uitgesproken op de openbare zitting van 23 mei 2025.
De griffier is niet in staat deze beslissing mede te ondertekenen.
INFORMATIE RECHTSMIDDEL
Tegen de beslissing kan door het Openbaar Ministerie binnen veertien dagen na de dagtekening van de beslissing en door verzoeker binnen een maand na de betekening van deze beslissing hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.