Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- mevrouw [naam 1] , verzorgende individuele gezondheidszorg.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1950, voor een periode van vijf jaar. Betrokkene ervaart haar verblijf in de woonzorgaccommodatie als gevangenis en wil het liefst per direct terugkeren naar huis, waar zij volgens haarzelf zelfstandig functioneerde.
De verzorgende individuele gezondheidszorg verklaarde dat betrokkene lijdt aan dementie, waarschijnlijk Alzheimer type, met bijkomende chronische stemmingsproblematiek en afhankelijke persoonlijkheidstrekken. Door haar ziektebeeld is zij volledig afhankelijk van 24-uurs zorg, sturing en toezicht. Zonder deze zorg loopt zij risico op ernstig lichamelijk letsel, verwaarlozing, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Tevens bestaat gevaar voor de algemene veiligheid van personen en goederen.
De rechtbank oordeelt dat het gedrag en de stoornissen van betrokkene leiden tot een aanzienlijk risico op ernstig nadeel. De opname en het verblijf zijn noodzakelijk en geschikt om dit te voorkomen. Minder bezwarende alternatieven zijn niet beschikbaar, mede doordat betrokkene thuis onvoldoende zorg accepteerde en zich verzet tegen vrijwillig verblijf in de zorgaccommodatie.
De rechtbank verleent daarom de machtiging tot opname en verblijf, maar beperkt deze tot één jaar in plaats van de gevraagde vijf jaar, omdat een langere periode niet goed te overzien is en de belangen van betrokkene dan onvoldoende kunnen worden afgewogen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: De rechtbank verleent een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor de duur van één jaar.