Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- mevrouw [naam 1] , dochter van betrokkene;
- mevrouw [naam 2] , arts;
- mevrouw [naam 3] , zorgcoördinator.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene, geboren in 1937, die lijdt aan dementie en psychogeriatrische aandoeningen. Betrokkene verblijft in een woonzorgcentrum maar vertoont dwaalgedrag en verzet zich tegen teruggeleiding wanneer hij probeert te vertrekken, waarbij hij ook fysiek geweld gebruikt.
Tijdens de zitting met gesloten deuren op 5 juni 2025 werden betrokkene, zijn dochter, een arts en een zorgcoördinator gehoord. De arts bevestigde de diagnose dementie en het ernstig nadeel door het gedrag van betrokkene, waaronder risico op lichamelijk letsel, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. De ingezette middelen zoals medicatie en gps-tracking bleken onvoldoende.
De advocaat van betrokkene erkende de medische situatie en het verzet tegen opname. De dochter uitte haar zorgen over de onhoudbare thuissituatie en het welzijn van haar vader. De rechtbank oordeelde dat opname en verblijf noodzakelijk en geschikt zijn om ernstig nadeel te voorkomen en dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn. De machtiging werd verleend voor de duur van zes maanden, tot 11 december 2025.
Uitkomst: Rechterlijke machtiging tot opname en verblijf voor zes maanden wegens dementie en risico ernstig nadeel is verleend.