ECLI:NL:RBZWB:2025:3879
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Eiseres, voormalig productiemedewerker, ontving sinds 2018 een WIA-uitkering wegens 80-100% arbeidsongeschiktheid. Op verzoek van haar ex-werkgever werd haar arbeidsongeschiktheid in 2023 herbeoordeeld. Het UWV stelde vast dat zij per 29 november 2023 slechts 32,90% arbeidsongeschikt was, waardoor haar uitkering werd beëindigd. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen werden onderschat en dat zij niet over het volledige dossier beschikte.
De rechtbank oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd door verzekeringsartsen en dat alle relevante medische gegevens waren betrokken. De subjectieve klachten van eiseres konden niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid zonder objectieve medische onderbouwing. Ook was vastgesteld dat eiseres niet voldeed aan de criteria voor volledige arbeidsongeschiktheid op grond van het Schattingsbesluit.
De arbeidsdeskundige van het UWV stelde geschikte functies vast waarop de mate van arbeidsongeschiktheid werd gebaseerd. De rechtbank vond geen aanleiding om aan de geschiktheid van deze functies te twijfelen. Omdat eiseres geen tegenbewijs leverde tegen de berekening van het UWV, werd de mate van arbeidsongeschiktheid van 32,90% bevestigd.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde de beëindiging van de WIA-uitkering per 29 november 2023. Eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de WIA-uitkering wordt per 29 november 2023 terecht beëindigd.