ECLI:NL:RBZWB:2025:3912
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen terugvordering kindgebonden budget na wijziging gezinsbijslag
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Dienst Toeslagen waarbij de terugvordering van het kindgebonden budget over de jaren 2021, 2022 en 2023 is gehandhaafd. De SVB had vastgesteld dat eiseres recht had op een buitenlandse gezinsbijslag (behandelsoort 3), waardoor het door Dienst Toeslagen betaalde kindgebonden budget moest worden teruggevorderd.
De rechtbank heeft vastgesteld dat de taakverdeling tussen SVB en Dienst Toeslagen wettelijk is geregeld, waarbij de SVB verantwoordelijk is voor de vaststelling van het recht op kinderbijslag en de Dienst Toeslagen voor het kindgebonden budget. Dienst Toeslagen moet de vaststelling van de SVB volgen en kan hier niet van afwijken.
Eiseres voerde aan dat de intrekking van de kinderbijslag en terugvordering onterecht is vanwege de woonplaats van haar ex-echtgenoot en beriep zich op het harmonisatie- en evenredigheidsbeginsel. De rechtbank oordeelde dat deze bezwaren niet slagen omdat de wettelijke taakverdeling helder is en er geen bijzondere omstandigheden zijn die terugvordering matigen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde het bestreden besluit en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de terugvordering van het kindgebonden budget wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.