ECLI:NL:RBZWB:2025:3913
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering WOZ-waarde woning na onderhandse aankoop en verbeteringen
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-waarde van zijn woning, die was vastgesteld op €267.000 per 1 januari 2022. Na een eerste ongegrondverklaring van het bezwaar, verlaagde de heffingsambtenaar de waarde bij een herziene uitspraak op bezwaar naar €255.000. Belanghebbende stelde dat de waarde maximaal €212.500 bedroeg, gelijk aan de aankoopsom van 24 november 2021.
De rechtbank overwoog dat bij een onderhandse aankoop kort voor de waardepeildatum in principe de aankoopsom als waarde geldt, tenzij de heffingsambtenaar aannemelijk maakt dat deze afwijkt van de marktwaarde. De heffingsambtenaar stelde dat de woning niet op de vrije markt was aangeboden en dat verbeteringen na aankoop de waarde verhoogden, waardoor de vergelijkingsmethode en een toestandsdatum van 1 januari 2023 moesten worden toegepast.
De rechtbank oordeelde dat de onderhandse aankoopmarktconform was en de aankoopsom als uitgangspunt kan dienen. Wel achtte zij de kozijnvervanging en het dubbel glas als verbeteringen die de waarde beïnvloeden, maar vond de door de heffingsambtenaar gehanteerde waardestijging van €42.500 niet aannemelijk. Omdat geen van beide partijen een sluitende waardebepaling kon onderbouwen, stelde de rechtbank de waarde schattenderwijs vast op €217.000.
De aanslag onroerendezaakbelasting werd dienovereenkomstig verlaagd en belanghebbende kreeg een proceskostenvergoeding van €453,50 toegewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. den Braber-Riemens op 23 juni 2025.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verminderd tot €217.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verlaagd.