Belanghebbende maakte bezwaar tegen de WOZ-beschikking 2023 en vroeg vergoeding van kosten voor een taxatierapport. De heffingsambtenaar kende bij uitspraak op bezwaar slechts €52 toe, terwijl belanghebbende een vergoeding van €128,26 vorderde, gebaseerd op twee uur werk à €53 exclusief btw volgens de Richtlijn van de belastingkamers.
De rechtbank oordeelde dat de taxateur aannemelijk heeft gemaakt dat het rapport niet geautomatiseerd is opgesteld maar handmatige analyse en selectie van referentiewoningen bevatte. De heffingsambtenaar kon niet overtuigend aantonen dat de vergoeding lager moest zijn. Daarom achtte de rechtbank een tijdsbesteding van twee uur redelijk.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaarvoor zover het de kostenvergoeding betrof, en veroordeelde de heffingsambtenaar tot betaling van €128,26 voor het taxatierapport, een proceskostenvergoeding van €17,01 en het griffierecht van €51. De zaak werd samen met zeven soortgelijke zaken behandeld, waarbij de proceskosten over deze zaken werden verdeeld.