Deze tussenuitspraak betreft een geschil over het besluit van het college van Gedeputeerde Staten van Zeeland (GS) om niet alle gevraagde documenten openbaar te maken op grond van de Wet open overheid (Woo). Eiser verzocht om openbaarmaking van documenten over een planontwikkeling en aanverwante financiële en juridische stukken uit de periode 2013-2020.
Na eerdere procedures en vernietiging van een besluit door de rechtbank, nam GS meerdere besluiten tot gedeeltelijke openbaarmaking. Eiser betoogde dat GS ten onrechte een groot aantal documenten integraal weigerde en onvoldoende motiveerde waarom economische belangen openbaarmaking belemmeren. Ook ontbrak extra motivering voor oudere documenten en waren bijlagen bij openbaar gemaakte stukken afwezig.
De rechtbank constateert dat GS zich onterecht beperkte tot documenten van een eerdere inventarislijst en dat de reikwijdte van het geschil ook documenten van een latere lijst omvat. De integrale weigering van circa 301 documenten is onvoldoende gemotiveerd, mede omdat GS niet kon aantonen dat een lopende staatssteunprocedure bij de Europese Commissie openbaarmaking rechtvaardigt. Daarnaast zijn passages onterecht weggelakt zonder juiste motivering.
De rechtbank stelt GS in de gelegenheid de motiveringsgebreken te herstellen binnen tien weken, onder meer door per passage de juiste weigeringsgrond te onderbouwen, ook rekening houdend met de leeftijd van documenten. Tevens moet GS alle ongelakte documenten met geheimhouding aan de rechtbank overleggen, inclusief de integraal geweigerde stukken, en duidelijkheid verschaffen over de staatssteunprocedure. De procedure wordt aangehouden tot de einduitspraak.