Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de brief van 18 november 2024 met productie(s) van [huurder]
- de mondelinge behandeling van 14 februari 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt en de door de gemachtigden van partijen overgelegde spreekaantekeningen.
3.De feiten
2.Koopoptie woning (appartement)
De verhuurder geeft de huurders eenmalig de optie om de gehuurde woning te kopen. Per 1-3-2024 biedt verhuurder de huurders de woning te koop aan voor een bedrag van € 235.000,-, onder voorwaarde kosten koper (k.k.). Minimaal 2 maanden vooraf dienen huurders aan te geven of ze van deze koopoptie gebruik wensen te maken. Indien daarnaast de wens van de verhuurder ontstaat om eerder dan 1-3-2024 de woning te koop aan te bieden, dan zal hierover met de huurders contact worden opgenomen en hebben zij het eerste recht op koop.”
4.Het geschil
5.De beoordeling
huurders de intentie hebben om minimaal 5 jaar te huren”. [verhuurder] stelt dat aan haar een geldende onvoorwaardelijke koopoptie is verleend en dat de formulering daarvan aansluit bij de wensen van partijen. De woordkeuze van artikel 2 van Pro de Overeenkomst is duidelijk. Verder is de Overeenkomst door de zoon van [huurder] opgesteld en uit het artikel blijkt ook de intentie van partijen, namelijk verkoop na een periode van vijf jaar.
nahet sluiten van de Overeenkomst.