Uitspraak
1.De procedure
- de brief van 2 mei 2025 van Birds
- de brief van 19 mei 2025 van [huurder] .
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak tussen Birds Residential Coöperatief U.A. en huurder stond de betaling van een huurachterstand en de proceskosten ter discussie. Birds verzocht om herstel van het eerdere vonnis van 16 april 2025, omdat zij meende ten onrechte veroordeeld te zijn tot betaling van de huurachterstand en proceskosten.
De huurder stemde in met het herstel van de veroordeling tot betaling van de huurachterstand, maar verzette zich tegen aanpassing van de proceskostenveroordeling. De kantonrechter oordeelde dat er sprake was van een kennelijke fout in de veroordeling tot betaling van de huurachterstand, die eenvoudig hersteld kon worden volgens artikel 31 Rv Pro.
Ten aanzien van de proceskosten oordeelde de kantonrechter dat het vonnis geen kennelijke fout bevatte, aangezien Birds grotendeels in het ongelijk was gesteld en het resterende bedrag van de huurachterstand door de huurder mocht worden opgeschort. De veroordeling tot betaling van de huurachterstand werd gecorrigeerd naar een bedrag van € 23.857,60 plus wettelijke rente, terwijl de proceskostenveroordeling ongewijzigd bleef.
Het herstelvonnis werd op 18 juni 2025 gewezen en aan het oorspronkelijke vonnis gehecht, zodat beide vonnissen als één geheel gelden.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van € 23.857,60 plus wettelijke rente, met behoud van de proceskostenveroordeling.