Belanghebbende, geboren in 1923 en woonachtig in Nederland en Duitsland in 2017, kreeg een navorderingsaanslag IB/PVV opgelegd voor dat jaar. De inspecteur weigerde de aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten toe te kennen, omdat belanghebbende niet als kwalificerende buitenlandse belastingplichtige werd aangemerkt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken in soortgelijke zaken over 2018, waarin werd vastgesteld dat belanghebbende recht heeft op een tegemoetkoming op basis van het Unierecht. De feiten en omstandigheden in deze zaak verschillen niet wezenlijk, waardoor het beroep gegrond wordt verklaard.
De navorderingsaanslag en de belastingrentebeschikking worden vernietigd. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van griffierecht en reiskosten van belanghebbende. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een verdere proceskostenveroordeling.