ECLI:NL:RBZWB:2025:3952
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Proces-verbaal
- Pulskens
- Rechtspraak.nl
Opheffing uitreisverbod en signalering wegens niet-betaling bruidsgave
Partijen zijn in Nederland gescheiden, maar volgens Iraans recht nog getrouwd. De man is in Iran geconfronteerd met een uitreisverbod opgelegd aan hem door de vrouw wegens een vermeende achterstallige bruidsgave. De man vordert in kort geding opheffing van dit uitreisverbod en de signalering bij de Iraanse autoriteiten.
De man stelt dat het uitreisverbod onrechtmatig is omdat hij volgens Nederlands en Iraans recht geen betalingsverplichting heeft. Hij benadrukt het spoedeisend belang vanwege de oorlog tussen Iran en Israël, zijn onveilig verblijf in Iran en het gemis van contact met zijn minderjarige zoon. De vrouw stelt dat het uitreisverbod gerechtvaardigd is door haar aanspraak op de bruidsgave en haar belang bij het in stand houden van het verbod.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van de man vaststaat en dat het belang van de vrouw bij het uitreisverbod niet opweegt tegen de ernstige risico's voor de man. Het gebruik van het uitreisverbod als pressiemiddel wordt onrechtmatig geacht. De vrouw wordt veroordeeld om binnen 48 uur de signalering en het uitreisverbod op te heffen, met een dwangsom bij niet-naleving. Tevens wordt zij veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vrouw wordt veroordeeld om binnen 48 uur het uitreisverbod en de signalering van de man in Iran op te heffen met een dwangsom bij niet-naleving.