ECLI:NL:RBZWB:2025:3963

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
25 juni 2025
Zaaknummer
11182725 CV EXPL 24-2313 (E)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Van 't Nedereind
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 237 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betalingsvordering energieleverancier toegewezen na eisvermindering zonder ontbindingsoverweging

In deze civiele bodemzaak vordert Ennatuurlijk B.V. betaling van een deel van de openstaande schuld van de gedaagde, nadat zij haar eis heeft verminderd en geen ontbinding van de stadsverwarmingsovereenkomst meer nastreeft. De procedure kende een tussenvonnis waarin Ennatuurlijk werd verzocht aanmaningen te overleggen die voldoen aan de Warmteregeling.

Na overlegging van deze aanmaningen en reactie van de gedaagde, heeft Ennatuurlijk haar eis verminderd tot een bedrag van € 2.500, vermeerderd met wettelijke rente over een ander bedrag. De kantonrechter stelt vast dat de beoordeling van de aanmaningen achterwege kan blijven vanwege de eisvermindering.

De gedaagde voerde persoonlijke problemen aan tegen de toewijzing van de wettelijke rente, maar dit werd door de rechtbank verworpen omdat deze problemen voor haar risico komen. De betalingsvordering en de rente worden toegewezen. De gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten, waarbij een deel van de kosten wegens een nodeloze proceshandeling niet wordt toegekend.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de gedaagde tot betaling van € 2.500 plus wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKZEELAND-WEST-BRABANT
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Breda
Zaaknummer: 11182725 \ CV EXPL 24-2313
Vonnis van 4 juni 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap ENNATUURLIJK B.V.,
gevestigd te ‘s-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Ennatuurlijk,
gemachtigde: Flanderijn & van Eck,
tegen
[gedaagde],
wonende op een geheim adres in de [gemeente] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. A.C.M. van den Kieboom.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 31 december 2024 en de daarin genoemde processtukken;
- de akte van Ennatuurlijk met producties van 15 januari 2025;
- de antwoordakte van [gedaagde] van 7 mei 2025;
- de akte van Ennatuurlijk tot vermindering van eis van 7 mei 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling van het geschil

2.1.
Bij tussenvonnis van 31 december 2024 is Ennatuurlijk in de gelegenheid gesteld om aanmaningen te overleggen waaruit blijkt dat de volgens de Warmteregeling vereiste vermeldingen daarin zijn opgenomen.
2.2.
Ennatuurlijk heeft vervolgens bij akte aanmaningen overgelegd, waarop [gedaagde] bij antwoordakte heeft gereageerd. Gelijktijdig met de antwoordakte heeft Ennatuurlijk een akte vermindering van eis ingediend. Ennatuurlijk vordert bij akte van 7 mei 2025 dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag van € 2.500,00 (als deel van de totale vordering, onder uitdrukkelijke reservering van haar rechten op het restant) vermeerderd met de wettelijke rente over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 tot alles is betaald, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure. Door deze eisvermindering vordert Ennatuurlijk niet langer een verklaring voor recht dat zij de aansluiting mag onderbreken. Ook vordert zij niet langer ontbinding van de overeenkomst, ontruiming in verband met het onderbreken van de aansluiting en de maandelijkse voorschotbijdrage.
2.3.
Gezien de eisvermindering kan de beoordeling of Ennatuurlijk aanmaningen heeft verstuurd aan [gedaagde] die voldoen aan de Warmteregeling verder achterwege blijven.
2.4.
Ten aanzien van de wettelijke rente ex artikel 6:119 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) wijst [gedaagde] bij antwoordakte op haar persoonlijke problemen en voert aan dat toewijzing niet in de rede ligt, danwel naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De persoonlijke problemen van [gedaagde] , hoe vervelend ook, staan echter niet in de weg aan toewijzing van de rente omdat die problemen voor haar risico komen. Toewijzing van de rente is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar.
2.5.
De beperkte vordering van € 2.500,00 zal zoals in het tussenvonnis is overwogen, worden toegewezen. Ook de gevorderde wettelijke rente over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 zal worden toegewezen.
2.6.
Omdat [gedaagde] in het ongelijk is gesteld, zal zij op grond van artikel 237 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) in de proceskosten (inclusief nakosten) worden veroordeeld. Er zijn geen redenen aanwezig om op grond van beginselen van redelijkheid en billijkheid van de hoofdregel af te wijken. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om voor de akte na tussenvonnis van 15 januari 2025 geen salaris toe te kennen omdat dit een nodeloze proceshandeling is geworden na de vervolgens ingediende eisvermindering. Voor die akte eisvermindering is er ook geen recht op loon. De proceskosten van Ennatuurlijk worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
372,00
- salaris gemachtigde
306,00
(1,5 punt × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
892,37

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan Ennatuurlijk te betalen een bedrag van € 2.500,00 te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over € 4.498,55 vanaf 7 mei 2025 tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 892,37, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. Van 't Nedereind en in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2025.