Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.[eiser] ,
[eiseres],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
- [gedaagde] primair te veroordelen om de bamboe die binnen twee meter afstand van de erfgrens tussen de percelen van partijen staat te verwijderen en verwijderd te houden op straffe van een dwangsom,
- voor recht te verklaren dat de bamboe op het perceel van [gedaagde] onrechtmatige hinder oplevert voor [eisers] ,
- [gedaagde] subsidiair te veroordelen om de bamboe die binnen twee meter afstand van de erfgrens tussen de percelen van partijen staat te snoeien tot een maximale hoogte van de scheidsmuur tussen de erven en de snoeiwerkzaamheden op regelmatige basis uit te voeren,
- [gedaagde] te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente en nakosten.
4.De beoordeling
Bij bamboe is deze wijze van meten echter problematisch, omdat niet duidelijk is wat onder ‘het midden van de voet’ dient te worden verstaan. Van een enigszins bestendige ‘voet’ is zelfs geen sprake. Zo lang geen maatregelen worden getroffen om dat tegen te gaan, vormt de bamboe immers steeds nieuwe uitlopers, scheuten en vervolgens ‘stammen’ op enige afstand van de oorspronkelijke plant. [2] Het Hof concludeert dat bamboe geen probleem oplevert in de zin van artikel 5:42 BW Pro als de bamboe zich op grondniveau steeds volledig op meer dan 50 centimeter van de erfgrens bevindt.