ECLI:NL:RBZWB:2025:4008
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard door rechtbank
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 27 juni 2025 uitspraak gedaan over een verzoek om voorlopige voorziening van verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda.
Het verzoek werd ingediend zonder dat een afschrift van het besluit en het bezwaar- of beroepschrift werd overgelegd, wat een vereiste is volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De voorzieningenrechter heeft verzoeker schriftelijk verzocht dit verzuim binnen een week te herstellen.
Verzoeker heeft binnen de gestelde termijn geen afschrift van het besluit of het bezwaarschrift overgelegd en heeft ook geen reden voor dit verzuim gegeven. Hierdoor is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk heeft beoordeeld. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en bindt de rechtbank niet in een eventueel bodemgeding. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet overleggen van het besluit en het bezwaarschrift.