ECLI:NL:RBZWB:2025:401
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroepen tegen verzoeken om ambtshalve vermindering belastingaanslagen 2014 en 2015
Belanghebbende heeft voor de jaren 2014 en 2015 geen tijdige aangifte inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen gedaan, waarna de inspecteur ambtshalve aanslagen, boetes en belastingrente heeft vastgesteld. Belanghebbende heeft later alsnog aangifte gedaan en bezwaar gemaakt, maar deze bezwaren werden niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Vervolgens heeft belanghebbende in 2023 verzoeken om ambtshalve vermindering ingediend, die de inspecteur heeft afgewezen vanwege overschrijding van de vijfjaarstermijn.
De rechtbank heeft de beroepen van belanghebbende tegen deze afwijzingen behandeld en geoordeeld dat de verzoeken terecht zijn afgewezen omdat de vijfjaarstermijn was verstreken en de overschrijding niet verschoonbaar was. Belanghebbende kon niet aannemelijk maken dat hij redelijkerwijs niet eerder kon verzoeken om vermindering, ondanks zijn stelling dat zijn accountant niet tijdig had gereageerd.
De rechtbank heeft daarom niet inhoudelijk op de verzoeken kunnen ingaan en verklaart de beroepen ongegrond. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en het betaalde griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter V.A. Burgers op 27 januari 2025 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van verzoeken om ambtshalve vermindering van belastingaanslagen 2014 en 2015 worden ongegrond verklaard wegens termijnoverschrijding.