Belanghebbende was eigenaar van een Nederlandse woning en stond grotendeels ingeschreven in Spanje. Voor het jaar 2020 legde de inspecteur een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op, inclusief een verzuimboete en belastingrente. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze aanslag en de boete- en belastingrentebeschikking.
De inspecteur verklaarde het bezwaar deels gegrond door het belastbaar inkomen en de belastingrente te verlagen, maar handhaafde de boete. De rechtbank beoordeelde het beroep en stelde vast dat belanghebbende verplicht was aangifte te doen, maar dit niet deed ondanks herinneringen en aanmaningen. De aanslag was gebaseerd op redelijke schattingen van loon en aftrekposten, en belanghebbende leverde geen tegenbewijs.
De rechtbank oordeelde dat de aanslag terecht was opgelegd en dat de boete van €385 passend was, omdat geen bijzondere omstandigheden waren aangevoerd. De belastingrente werd echter verlaagd tot €234. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor de belastingrente en ongegrond voor de aanslag en boete. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.