ECLI:NL:RBZWB:2025:4059
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- T. Peters
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting pand wegens vermeende overlast afgewezen
Verzoekster, uitbater van een inrichting, verzocht om een voorlopige voorziening tegen het besluit van de burgemeester om het pand voor vier weken te sluiten na incidenten in de nacht van 31 mei op 1 juni 2025. De burgemeester sloot het pand op grond van artikel 2:30, eerste lid, van de APV vanwege meldingen van vernieling en vermoedelijk gebruik van een airsoftgranaat.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de bevoegdheid tot sluiting weliswaar bestaat, maar dat sluiting een zwaar middel is dat alleen ingezet kan worden bij ernstige verstoring van de openbare orde of reële vrees daarvoor. De incidenten werden niet als ernstig beschouwd; het ingooien van een ruit en het gooien van een airsoftgranaat zijn geen zware inbreuken. Bovendien vonden de incidenten plaats toen het pand gesloten was en er was geen aanwijzing dat de uitbater betrokken was.
De rechter twijfelde ook aan de noodzakelijkheid van de sluiting en stelde dat politie-inzet of extra toezicht effectievere en minder ingrijpende middelen kunnen zijn. Daarom werd het sluitingsbesluit geschorst met ingang van 14 juni 2025 tot twee weken na de beslissing op bezwaar. Daarnaast werd de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het sluitingsbesluit van de burgemeester wordt geschorst wegens onvoldoende ernst en noodzakelijkheid van de maatregel.