Eiser, voormalig parttime operator, diende een aanvraag in voor een WIA-uitkering die aanvankelijk werd afgewezen wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar kende het UWV hem een WIA-uitkering toe met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 36,39% per 20 maart 2023. Eiser ging in beroep tegen dit besluit en voerde aan dat zijn lichamelijke klachten en ernstige depressieve stoornis onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank beoordeelde de medische rapportages van verzekeringsartsen die eiser lichamelijk en psychisch onderzochten. Hoewel beperkingen in sociaal en persoonlijk functioneren werden erkend, werden fysieke beperkingen aan rechterarm en elleboog niet erkend en werd geen urenbeperking vastgesteld. Eiser stelde dat deze beoordeling tekortschiet, mede vanwege de diagnose fibromyalgie en langdurige depressie, en dat het UWV onvoldoende rekening hield met medische informatie en medicatiegebruik.
De rechtbank oordeelde dat de motivering van het UWV op meerdere punten onvoldoende was. Zo ontbrak een nadere toelichting op de fibromyalgie-diagnose, de ernst van stemmingsklachten, het verschil in urenbeperking ten opzichte van eerdere beoordelingen, en de invloed van medicatie op belastbaarheid. Daarom stelde de rechtbank het UWV in de gelegenheid om binnen zes weken de motivering te herstellen, eventueel met een nieuwe medische beoordeling. De verdere beslissing in de zaak werd aangehouden tot de einduitspraak.