Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Procesverloop
- de advocaat van verzoeker;
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Verzoeker diende een klacht in tegen de beslissing tot verplichte opname en de behandeling van die klacht door de klachtencommissie. Hij stelde dat hij zich vrijwillig had laten opnemen en dat de verplichte opname onterecht was, met schade als gevolg. Tevens klaagde hij over het ontbreken van bijstand tijdens de klachtenprocedure en het niet betrekken van zijn mentor.
De rechtbank onderscheidde twee klachtenonderdelen: de behandeling van de klacht door de klachtencommissie en de uitvoering van de dwangopname. De rechtbank oordeelde dat de klacht over de behandeling van de klachtencommissie niet-ontvankelijk was omdat deze niet onder de wettelijke klachtenmogelijkheden valt.
Ten aanzien van de dwangopname stelde de rechtbank vast dat de zorgverantwoordelijke de vereiste stappen had genomen, waaronder overleg met verzoeker en schriftelijke motivering. De opname was proportioneel, subsidiar en doelmatig gelet op de psychotische toestand en het ernstig nadeel. De klachten werden ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
De rechtbank betreurde de vertraging in de beslissing maar wees het verzoek af. Tegen deze beschikking staat cassatie open, met uitzondering van het schadeverzoek waartegen hoger beroep mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de klacht over de behandeling door de klachtencommissie niet-ontvankelijk, de klacht over de dwangopname ongegrond en wijst het verzoek tot schadevergoeding af.