Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
[betrokkene]
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Betrokkene kreeg een boete opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van een verzekering voor een bromfiets, vastgesteld door de RDW op 27 januari 2023. Betrokkene stelde dat de bromfiets was gestolen en dat hij hiervan aangifte had gedaan bij de politie en de scooter had aangemeld bij de AGV. Volgens betrokkene had de politie ten onrechte niet doorgegeven aan de RDW dat het voertuig als gestolen was opgegeven.
De officier van justitie verklaarde het beroep van betrokkene ongegrond, maar betrokkene ging in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 22 mei 2025 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter oordeelde dat niet is komen vast te staan dat de gedraging (het niet verzekeren) door betrokkene is verricht, mede omdat betrokkene kon aantonen dat hij aangifte had gedaan van diefstal en dat dit niet aan hem kon worden verweten.
De kantonrechter vernietigde daarom de boete en de beslissing van de officier van justitie en beval terugbetaling van het betaalde bedrag van €234,-. Tegen deze beslissing is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens niet verzekeren van de bromfiets is gegrond verklaard en de boete is vernietigd.