ECLI:NL:RBZWB:2025:4193
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning en aanslag OZB gemeente Goes
Belanghebbende is eigenaar van een hoekwoning uit 1976 met diverse bijgebouwen en een perceel van 178 m². De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde per 1 januari 2022 vast op €283.000 en legde de aanslag OZB op voor 2023. Belanghebbende stelde bezwaar in en voerde aan dat de waarde te hoog was, pleitend voor €265.000.
De rechtbank beoordeelde de zaak aan de hand van het taxatierapport van oktober 2024, waarin de waarde op €293.000 werd getaxeerd via de vergelijkingsmethode met referentiewoningen. De referentiewoningen werden als voldoende vergelijkbaar erkend. De rechtbank concludeerde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen, zoals de brandgang die op nihil werd gewaardeerd.
Daarnaast werden bezwaren over voorzieningen, onderhoudstoestand en duurzaamheidsniveau door de rechtbank niet aannemelijk geacht. Ook de waarde van tuinhuis en hobbykas bij referentiewoningen werd terecht als verwaarloosbaar beoordeeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de WOZ-waarde en aanslag OZB en wees vergoeding van griffierecht en proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde en aanslag OZB wordt ongegrond verklaard en de waarde en aanslag worden gehandhaafd.