Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
3.De feiten
4.Het geschil
5.De beoordeling
€ 102,00
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
VGZ vordert betaling van niet-betaalde zorgkosten van [gedaagde] over de periode 2015-2023, waarbij zij de vordering beperkt tot € 2.500,00 met behoud van het recht op het restant. [gedaagde] voert verjaring aan voor een deel van de vordering. De kantonrechter stelt vast dat de verjaringstermijn vijf jaar bedraagt en dat facturen van vóór 24 september 2018 zijn verjaard omdat VGZ niet heeft aangetoond dat zij eerder dan 24 september 2023 heeft aangemaand.
Daarnaast zijn twee facturen van oktober 2018 niet rechtsgeldig gestuit, waardoor ook deze verjaard zijn. Het resterende bedrag van € 3.828,26 wordt door [gedaagde] niet betwist, maar VGZ beperkt haar vordering tot € 2.500,00, welk bedrag wordt toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding.
De kantonrechter oordeelt dat VGZ haar vordering niet tijdig en volledig heeft onderbouwd bij dagvaarding, maar compenseert slechts de kosten van de conclusie van repliek. De proceskosten worden begroot op € 815,39 en worden aan [gedaagde] opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vordering zorgkosten gedeeltelijk toegewezen tot € 2.500,00 wegens verjaring, proceskosten aan [gedaagde] opgelegd.