ECLI:NL:RBZWB:2025:4210

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
3 juli 2025
Zaaknummer
10653833 CV EXPL 23-3163 (H)
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
  • Rouwen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel van kennelijke fout in vonnis over dwangsom bij niet-naleving

De kantonrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 2 juli 2025 een herstelvonnis gewezen inzake een kennelijke fout in het vonnis van 21 mei 2025 tussen Stichting Casade en een gedaagde partij.

De gemachtigde van Casade verzocht om herstel omdat in rechtsoverweging 4.2 van het vonnis een foutieve verwijzing stond. De juiste verwijzing had moeten zijn naar rechtsoverweging 4.1. De wederpartij kreeg de gelegenheid om te reageren maar deed dit niet.

De kantonrechter oordeelde dat het wegvallen van de juiste verwijzing een kennelijke fout betrof die eenvoudig hersteld kon worden conform artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het herstel betreft de tekst van de veroordeling in 4.2, waarin wordt bepaald dat bij niet-naleving binnen twee jaar een dwangsom van € 50 per dag geldt, met een maximum van € 2.000.

Het vonnis van 21 mei 2025 blijft inhoudelijk ongewijzigd, maar de verbetering wordt op de minuut van dat vonnis vermeld en als één geheel met het herstelvonnis verstrekt.

Uitkomst: De kennelijke fout in het vonnis van 21 mei 2025 wordt hersteld door de juiste verwijzing toe te voegen en de dwangsomregeling te bevestigen.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Tilburg
Zaaknummer: 10653833 \ CV EXPL 23-3163
(herstel)vonnis d.d. 2 juli 2025
inzake
STICHTING CASADE,
te Kaatsheuvel (gemeente Loon op Zand),
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Casade,
gemachtigde: mr. W.A. Kempe,
tegen
[persoon],
te [plaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [persoon] ,
gemachtigde: mr. A. Smeekes.

1.De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:
a. het vonnis van de kantonrechter te Tilburg van 21 mei 2025 met de daarin genoemde stukken;
b. het bericht van mr. Kempe van 18 juni 2025;
c. het bericht van de griffier van 19 juni 2025.

2.Het verzoek en de beoordeling

2.1
De gemachtigde van Casade heeft bij bericht van 18 juni 2025 verzocht om herstel van voormeld vonnis. Hij heeft daartoe aangevoerd dat onder rechtsoverweging 4.2 van het vonnis een foutieve verwijzing staat, omdat daar “als bedoeld onder rechtsoverweging 4.1” moet staan en niet “
Fout! Verwijzingsbron niet gevonden.”.
2.2
De wederpartij is bij brief van de griffier in de gelegenheid gesteld zich over het verzoek uit te laten, met daarbij de opmerking dat de kantonrechter aanneemt dat er geen bezwaar is als er geen reactie wordt ontvangen.
2.3
De wederpartij heeft niet gereageerd.
2.4
De kantonrechter is van oordeel dat er met het wegvallen van de juiste verwijzing sprake is van een kennelijke fout, die zich leent voor eenvoudig herstel zoals bedoeld in artikel 31 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
2.5
Daarom wordt beslist als volgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
volhardt bij de inhoud van het tussen partijen op 21 mei 2025 gewezen vonnis met bovenvermeld zaaknummer, met dien verstande dat de in de beslissing onder 4.2 opgenomen veroordeling/tekst als volgt dient te luiden:
“bepaalt dat indien [persoon] binnen twee jaar na betekening van dit vonnis de veroordeling als bedoeld onder rechtsoverweging 4.1 geheel of gedeeltelijk niet naleeft, zij een dwangsom verbeurt van € 50,- per dag voor elke overtreding, met een maximum van € 2.000,-;”;
bepaalt dat deze verbetering onder de vermelding van de datum 2 juli 2025 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 21 mei 2025;
bepaalt dat de griffier dit vonnis hecht aan de minuut van het vonnis van 21 mei 2025 en van deze vonnissen als één geheel afschrift respectievelijk grosse verstrekt.
Dit vonnis is gewezen door mr. Rouwen en in het openbaar uitgesproken op 2 juli 2025.