De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van een spoedmachtiging voor de uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, die sinds april 2025 bij hun moeder wonen. De moeder is belast met het ouderlijk gezag, maar er zijn ernstige zorgen over haar vermogen om voor de kinderen te zorgen, mede door het ontbreken van stabiele huisvesting en onvoldoende opvolging van hulpverlening.
De GI handhaaft het verzoek tot verlenging van de machtiging, onderbouwd met feiten over de problematische situatie van de moeder, waaronder het niet nakomen van afspraken, overlast op een camping waar zij verbleef, en het ontbreken van een ritme voor de kinderen. De moeder erkent de situatie en de noodzaak van uithuisplaatsing, maar betwist de spoedeisendheid en verzoekt om een kortere machtiging en meer contact met de kinderen.
De kinderrechter oordeelt dat de spoedmachtiging terecht is verleend en dat er geen nieuwe feiten zijn die herroeping rechtvaardigen. De machtiging wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 20 december 2025, om de moeder voldoende tijd te geven aan haar woon- en financiële situatie te werken. Tevens wordt de GI opgedragen om het contact tussen de kinderen en hun halfbroer te bevorderen en ervoor te zorgen dat de oudste minderjarige zo spoedig mogelijk naar school gaat.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en er is mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.