Uitspraak
1.De procedure
- de aantekeningen van de griffier van de rolzitting van 19 februari 2025 met daarin het mondeling antwoord,
- de conclusie van repliek met productie 2 tot en met 5,
- de conclusie van repliek.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Tussen Stad Holland en gedaagde bestaat een zorgverzekeringsovereenkomst waarbij gedaagde gehouden is het wettelijke eigen risico te voldoen. Stad Holland vordert betaling van €375,00 eigen risico, buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente. Gedaagde betwist de incassokosten en de rente, maar erkent de hoofdsom.
De rechtbank oordeelt dat de vordering tot betaling van het eigen risico toewijsbaar is omdat de vordering niet verjaard is en gedaagde de hoofdsom niet betwist. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat Stad Holland niet heeft bewezen dat de vereiste veertiendagenbrief daadwerkelijk door gedaagde is ontvangen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van dagvaarding, omdat niet kan worden vastgesteld vanaf wanneer gedaagde in verzuim was.
Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en de wettelijke rente vanaf 9 januari 2025, alsmede de proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €375,00 eigen risico met wettelijke rente vanaf dagvaarding en de proceskosten; incassokosten worden afgewezen.