Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.De procedure
2.De feiten
HERZIENING CANON.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
BSM vordert vernietiging van artikel 4 van Pro de erfpachtakte, de herzieningsclausule voor canon, omdat zij deze onredelijk bezwarend acht. De rechtbank stelt vast dat de clausule niet als kernbeding geldt maar als algemene voorwaarde, en dat BSM als ondernemer geen beroep kan doen op consumentenbescherming.
De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn voor vernietiging nog niet is verstreken aangezien het eerste beroep op de clausule pas in 2023 is gedaan. De door BSM aangevoerde gronden, zoals het weghouden van geschillen bij de rechter, onvoorziene prijswijzigingen, financieringsproblemen, het ontbreken van opzeggingsmogelijkheden en dubbele inflatievergoeding, zijn onvoldoende om de clausule onredelijk bezwarend te verklaren.
De clausule voorziet in een bindend advies van deskundigen dat geen geschilbeslechting is, en voldoet aan het bepaalbaarheidsvereiste. BSM had als ondernemer de mogelijkheid om andere voorwaarden te bedingen maar heeft dit niet gedaan. De vorderingen worden afgewezen en BSM wordt veroordeeld in de proceskosten en wettelijke rente.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van BSM af en veroordeelt haar in de proceskosten.