Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
3.De feiten
“Met vingertjes afbljjven”[emoji]
“vandalisme!??”.
4.Het geschil
5.De beoordeling
“Ik heb ook laat in de avond last van getimmer en meubels verschuiven”,waarbij bij de vraag of de melder een gesprek heeft gehad met de overlastveroorzaker is vermeld
“Nee, want ze is niet voor reden vatbaar”. Op een overlastformulier van 11 april 2022 wordt gemeld
“Blowen en luidruchtig door de zoon (en andere jongeman) van mevrouw [gedaagde] ”[…]
Hoe verliep het gesprek? “Ik werd genegeerd (...)”Op 4 juli 2022 wordt melding gemaakt van gekrijs en op 1 oktober 2022
“Ook lijkt het alsof er soms midden in de nacht een naaimachine gebruikt wordt oid (geen wasmachine). […] zijn er momenteel meerdere jongens in het appartement aanwezig, die lekker op het balkon zitten, waarbij er naar beneden gespuugd wordt,”Ook wordt melding gemaakt van het naar beneden gooien van spullen. [gedaagde] heeft niet betwist dat in november 2022 sprake was van een ruzie tussen [gedaagde] , haar zoon en de directe buurman, waarbij de zoon van [gedaagde] de buurman met de dood heeft bedreigd, waarvoor haar zoon ook strafrechtelijk is veroordeeld. In een melding van januari 2023 wordt geklaagd over gegil, op deuren bonken en trappen. Ook later dat jaar zijn er nog vergelijkbare meldingen, over meerdere ruzies per week met geschreeuw en gekrijs tussen [gedaagde] en haar zoon(s), waarbij ook de politie is betrokken.
“Ze begon tegen mij tekeer te gaan over de geluidsoverlast van de brandveiligheidswerkzaamheden die in het complex verricht worden. Ook over de galerij waar mos op zit en dat wij dat moeten schoonmaken. Opnieuw kon ik er bijna geen woord ertussen krijgen. Toen ik zei dat de werkzaamheden niet worden gestaakt en dat ze zelf haar galerijgedeelte moet schoonhouden, begon zo nog harder te schreeuwen. Ik heb haar gezegd dat als ze zo het gesprek wil voeren dat ze voortaan maar moet mailen en niet meer bellen.”In een brief van 25 juli 2024 van Woonzorg schrijft de bewonersconsulent onder andere aan [gedaagde]
“Daarnaast wil ik melden dat ik op 25 juli 2024 een telefoongesprek met u had waarin u aangaf dat iemand de stekker van uw scootmobiel had uitgetrokken. Helaas verliep dit gesprek met veel getier van uw kant, waardoor ik niet in staat was om u te woord te staan. Toen ik u op uw toon aansprak, verbrak u de verbinding.”
“Vanochtend had ik mevrouw [gedaagde] aan de lijn. Ik schrok enorm op de toon hoe zij mij te woord stond. Ondanks ik meerdere keren vriendelijk heb verzocht om niet te keer te gaan, bleef ze doorgaan. De reden dat ik het telefoongesprek heb beëindig met haar is als volgt; “als ik [naam][de bewonersconsulent]
zie hierop het complex, zorg ik ervoor dat ik haar op d’r bek sla, haar moet hier niet zien.”De bewonersconsulent heeft Woonzorg laten weten
“[…] Hierdoor kan ik niet veilig in mijn eentje naar het complex voor het wekelijkse spreekuur. Vooral omdat zij al eerder de buurman fysiek heeft aangevallen.”Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] betwist dat zij dit tegen de bewonersconsulent heeft gezegd. Volgens haar zou ze wel iets gezegd kunnen hebben als
“dat ik haar wel wat doe als ik haar tegenkom”. De bewonersconsulent heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat zij door dit gedrag een maand niet in het wooncomplex durfde te komen en daardoor haar werk in het wooncomplex niet kon doen.
“[…]De vrouw was zichtbaar overstuur, toonde agressief gedrag en gebruikte vanaf het begin beledigende taal richting onze medewerkers. Aangezien haar persoonlijke eigendommen zich nog in het appartement bevonden, kon het team niet direct