Uitspraak
RECHTBANK Zeeland-West-Brabant
1.BYK BEHEER B.V.,
2.[gedaagde] ,
1.De zaak in het kort
2.De procedure
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 13 mei 2025;
3.De feiten
5.2 verklaart voor recht dat [eiser] op [gedaagde] een vordering heeft ten bedrage van de helft van de netto verkoopopbrengst van het pand aan [adres] te [plaats 2] zodra het pand door Evsa Holding BV wordt verkocht althans ten titel van verkoop wordt geleverd,
4.Het geschil
5.De beoordeling
‘hem in persoon’ is betekend. Dat kan onmogelijk juist zijn omdat [gedaagde] een vrouw is, aldus [gedaagde] . De rechtbank constateert dat [gedaagde] kennis heeft genomen van de dagvaarding, in de procedure is verschenen en verweer heeft gevoerd. Voor zover sprake zou zijn van een gebrek in de betekening van de dagvaarding, is gesteld noch gebleken dat [gedaagde] daardoor onredelijk is benadeeld. [7] Om die reden slaagt het verweer van [gedaagde] niet.