ECLI:NL:RBZWB:2025:432
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Breda
Belanghebbende is eigenaar van een twee-onder-één-kapwoning te Breda waarvan de WOZ-waarde per 1 januari 2020 is vastgesteld op €381.000. Tegen deze vaststelling is bezwaar gemaakt, dat door de heffingsambtenaar ongegrond is verklaard. Belanghebbende stelde dat de waarde te hoog was vastgesteld.
De rechtbank heeft het beroep op zitting behandeld waarbij belanghebbende niet is verschenen. De heffingsambtenaar heeft een taxatiematrix overgelegd, opgesteld door een deskundige taxateur, waarin de waarde is gebaseerd op vergelijkingsmethoden met referentiewoningen die qua ligging, bouwjaar en type voldoende vergelijkbaar zijn.
Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de taxatiemethode of de referentiewoningen onjuist zijn. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe met verschillen tussen woningen is omgegaan, onder meer door toepassing van KOUDV-factoren en correcties voor onderhoud.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. De aanslag onroerendezaakbelasting blijft gehandhaafd en het griffierecht wordt niet vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €381.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB blijft gehandhaafd.