De rechtbank Zeeland-West-Brabant behandelde een verzoek van ouders om namens hun minderjarige dochter de nalatenschap van een in Frankrijk overleden erflater te verwerpen. De nalatenschap is in Frankrijk opengevallen, maar de minderjarige heeft haar woonplaats in Nederland, waardoor de Nederlandse rechter internationaal bevoegd is om over het verzoek te beslissen.
De machtiging is een beschermingsmaatregel voor de vermogensrechtelijke belangen van de minderjarige en valt onder de ouderlijke verantwoordelijkheid. Verzoekers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat de nalatenschap waarschijnlijk een negatief saldo heeft en dat het niet redelijk is om de afwikkeling op zich te nemen.
De kantonrechter wijst erop dat de machtiging drie maanden geldig is en dat binnen die termijn de nalatenschap namens de minderjarige verwerpelijk moet worden verklaard, eventueel met juridische bijstand in Frankrijk. Na deze termijn kan alleen beneficiaire aanvaarding plaatsvinden. De machtiging wordt daarom verleend.