ECLI:NL:RBZWB:2025:4351
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vaststelling WOZ-waarde woning te Tilburg
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een adres in Tilburg, met een waardepeildatum van 1 januari 2022. De heffingsambtenaar stelde de waarde vast op €214.000 en verklaarde het bezwaar ongegrond. Belanghebbende stelde beroep in bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant.
De rechtbank beoordeelde of de WOZ-waarde te hoog was vastgesteld. De heffingsambtenaar onderbouwde de waarde met een taxatiematrix waarin vergelijkbare woningen werden gebruikt. De rechtbank vond de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar en oordeelde dat de heffingsambtenaar voldoende rekening had gehouden met verschillen in kwaliteit, onderhoud en voorzieningen.
Belanghebbende voerde onder meer aan dat de heffingsambtenaar geen verkoopbrochures en iWOZ-informatie had verstrekt, maar de rechtbank oordeelde dat dit niet leidde tot schending van artikel 8:42 Awb Pro. Ook werd het beroep op schending van de goede procesorde verworpen. Gezien het bewijs en de motivering werd het beroep ongegrond verklaard, waardoor de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelasting gehandhaafd blijven.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €214.000 wordt ongegrond verklaard en de aanslag OZB gehandhaafd.