ECLI:NL:RBZWB:2025:4421

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
11130165 MB VERZ 24-412
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijke gegrondverklaring beroep tegen verkeersboete wegens overschrijding redelijke termijn

Betrokkene kreeg een verkeersboete opgelegd wegens het rijden met een voertuig waarvan de lichtdoorlatendheid van de voorruit/voorste zijruiten minder dan 55% bedroeg. Betrokkene stelde in beroep dat de gedraging niet had plaatsgevonden en dat de meting niet correct was uitgevoerd. De officier van justitie handhaafde de boete, maar verzocht om matiging vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die voldoende bewijs vormt tenzij specifieke feiten het tegendeel aannemelijk maken. De aangevoerde bezwaren tegen de meting en de feitcode werden niet gegrond bevonden. Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de behandeling van de zaak met ruim een maand was overschreden.

Daarom werd de boete met 25% gematigd en het teveel betaalde bedrag terugbetaald. Tevens werd de officier van justitie veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene voor de fase waarin de termijnoverschrijding speelde. Het beroep is aldus gedeeltelijk gegrond verklaard.

Uitkomst: De boete wordt gematigd met 25% wegens overschrijding van de redelijke termijn en proceskosten worden vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer: 11130165 \ MB VERZ 24-412
CJIB-nummer: 3062 5422 5735 1075
uitspraakdatum: 22 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. N.G.A. Voorbach (Verkeersboete.nl)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam 1] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Verkeersboete.nl is
[naam 2] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: de lichtdoorlatendheid van voorruit/voorste zijruit(en) bedraagt minder dan 55% op de Groot-Molenbeekseweg te Bergen op Zoom op 12 april 2023 om 09.09 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de gedraging niet is verricht. De verbalisant heeft niet geconstateerd dat betrokkene
aan het rijden wasmet een voertuig waarvan de zijruiten een lichtdoorlatendheid van minder dan 55% had. De gedraging kan niet worden vastgesteld omdat niet gebleken is dat voor aanvang van de meting de 0% en 100% transmittantie waarden zijn gesimuleerd. De meting is niet op de juiste manier verricht. De verbalisant heeft een onjuiste feitcode gebruikt nu de verbalisant het heeft over folie. Feitcode N420B had dan gebruikt moeten worden. De feitcode moet worden gewijzigd en een proceskostenvergoeding dient te worden toegekend en dat de officier van justitie uitsluitend bevrijdende betaald door het bedrag over te maken naar het rekeningnummer van Fortitudo Legal Concepts B.V..
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat de redelijke termijn is overschreden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Pas in de beroepsfase bij de kantonrechter wordt aangevoerd dat betrokkene niet met het voertuig aan het rijden was. De meting is op de voorgeschreven wijze uitgevoerd door de verbalisant. Er is geen reden om te twijfelen dat de meting niet goed zou zijn uitgevoerd evenals dat betrokkene niet met het voertuig aan het rijden was op het moment van constatering van de gedraging. De gedraging staat vast.
De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het boetebedrag te matigen met 25% omdat de redelijke termijn is overschreden. De zittingsvertegenwoordiger verzoekt het beroep voor het overige ongegrond te verklaren.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. Voldoende vast staat dat de verbalisant heeft waargenomen dat betrokkene aan het rijden was op het moment dat de gedraging werd geconstateerd. Ook het verweer dat de meting niet juist zou zijn uitgevoerd geeft geen twijfel over de meting van de gedraging door de verbalisant.
De boete is dus terecht opgelegd.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 12 april 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim een maand overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter en is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
totaal € 453,50

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 210,-, plus € 9,- administratiekosten;
  • draagt de officier van justitie op het bedrag van € 70,-, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
  • veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: