ECLI:NL:RBZWB:2025:4428

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
11092142 MB VERZ 24-346
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 5 Wahv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gedeeltelijk gegrond beroep tegen verkeersboete wegens rijden links van doorgetrokken streep

Betrokkene werd beboet omdat hij op 22 december 2022 om 12.36 uur als bestuurder links van een doorgetrokken streep reed op de Luienhoeksestraat te St. Willibrord. Betrokkene stelde dat hij moest uitwijken om een kettingreactie te voorkomen omdat een voorliggend voertuig plots stopte. De officier van justitie verklaarde het beroep ongegrond, waarna betrokkene beroep instelde bij de kantonrechter.

De kantonrechter oordeelde dat de gedraging vaststaat op basis van de verklaring van de verbalisant, die stelde dat het voorliggende voertuig niet stil stond maar rustig reed. Er was geen reële mogelijkheid tot staandehouding. De boete was daarom terecht opgelegd.

Wel werd vastgesteld dat de redelijke termijn van behandeling was overschreden, aangezien de boete op 4 januari 2023 werd opgelegd en de procedure meer dan twee jaar duurde. Daarom matigde de kantonrechter de boete met 25 procent en veroordeelde de officier van justitie tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag en tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.

Uitkomst: De boete wordt gematigd vanwege overschrijding van de redelijke termijn en de officier van justitie moet proceskosten vergoeden.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer: 11092142 \ MB VERZ 24-346
CJIB-nummer: 5062 5422 5465 3640
uitspraakdatum: 22 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam :
[betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde : mr. M. Lagas (Appjection B.V.)

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep ongegrond verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam 1] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Namens Appjection B.V. is
[naam 2] verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: als bestuurder zich links van doorgetrokken streep bevinden (streep tussen verkeer in beide richtingen) op de Luienhoeksestraat te St. Willibrord op 22 december 2022 om 12.36 uur.
Gemachtigde heeft in het beroepschrift samengevat aangevoerd dat de boete niet redelijk is gelet op de omstandigheden waaronder de gedraging heeft plaatsgevonden. Betrokkene reed op de rotonde op het moment dat een voorop rijdend voertuig ineens stil stond. De auto achter die van betrokkene reed bij op het voertuig van betrokkene. Betrokkene is daarom uitgeweken en heeft zodoende een kettingreactie voorkomen. Betrokkene is ten onrechte niet staande gehouden. Gemachtigde verzoekt een proceskostenvergoeding.
Ter zitting heeft gemachtigde hieraan toegevoegd dat primair in strijd met artikel 5 Wahv Pro betrokkene niet staande is gehouden en dat de verbalisant hiertoe wel, op een of andere manier, wel een mogelijk toe had. Subsidiair wordt aangevoerd dat betrokkene noodzakelijk plots moest remmen voor een stilstaand voertuig om een aanrijding te voorkomen en meer subsidiair dat de redelijke termijn is overschreden.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep deels gegrond te verklaren en heeft daartoe het volgende aangevoerd. De verbalisant heeft een uitgebreide verklaring gegeven over de constatering van de gedraging. De verbalisant had niet op tijd bij betrokkene kunnen komen om hem staande te houden. De verbalisant heeft op basis van zijn inschatting en ervaring bepaald dat er geen staande houding plaats kon vinden. Het voertuig waar betrokkene naar verwijst stond niet stil maar reed rustig. De gedraging staat vast.

Overwegingen

Inhoudelijk
De kantonrechter is van oordeel dat uit de stukken in het dossier - met name uit de verklaring van de verbalisant - voldoende blijkt dat de gedraging waarvoor de boete is opgelegd, is verricht.
In zaken op grond van de Wahv biedt de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende grondslag voor de vaststelling dat de gedraging is verricht. Dat is anders indien de betrokkene voor zijn zaak specifieke feiten en omstandigheden aanvoert, die aanleiding geven om te twijfelen aan de juistheid van die verklaring of indien dergelijke feiten en omstandigheden uit het dossier blijken.
De kantonrechter ziet in wat betrokkene heeft aangevoerd geen aanleiding om te twijfelen aan de verklaring van de verbalisant. De verbalisant heeft niet verklaard dat er sprake was van een stilstaand voertuig.
De boete is dus terecht opgelegd.
Gemachtigde heeft aangevoerd dat de verbalisant betrokkene staande had kunnen houden door snel in zijn voertuig te stappen en op de doorgaande, rustige weg naar betrokkene te rijden. De kantonrechter deelt dit verweer niet en is van oordeel dat er geen reële mogelijkheid tot staandehouding was. De boete is dus terecht opgelegd aan de kentekenhouder.
Overschrijding redelijke termijn
Een ieder heeft recht op behandeling van zijn rechtszaak binnen een redelijke termijn (artikel 6, lid 1 van het EVRM). Volgens vaste rechtspraak van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (ECLI:GHARL:2017:1777) is sprake van schending van die redelijke termijn van berechting wanneer de procedure bij de officier van justitie en de kantonrechter tezamen langer dan twee jaar heeft geduurd. Deze termijn vangt aan bij het opleggen van de boete.
In dit geval is de boete opgelegd op 4 januari 2023 en is de redelijke termijn dus met ruim vier maanden overschreden.
Omdat sprake is van een overschrijding zal de kantonrechter de boete matigen met 25% (zie ECLI:NL:GHARL:2023:6369).
Het beroep is dus gedeeltelijk gegrond. De beslissing van de officier van justitie zal worden gewijzigd. Het bedrag dat betrokkene te veel aan zekerheid heeft betaald moet door de officier van justitie worden terugbetaald.
Nu de boete wordt gematigd is er aanleiding voor een proceskostenvergoeding. Daarbij gaat het alleen om de kosten in de fase waarin de redelijke termijn is overschreden, dus de kosten van het beroep bij de kantonrechter en is als volgt berekend:
beroepschrift kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- = € 226,75
zitting kantonrechter: 1 punt x gewicht 0,25 x € 907,- =
€ 226,75
totaal € 453,50

Beslissing

De kantonrechter:
  • verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;
  • wijzigt de beslissing van de officier van justitie in die zin dat de boete wordt gematigd tot € 187,50, plus € 9,- administratiekosten;
  • draagt de officier van justitie op het bedrag van € 62,50, dat betrokkene te veel als zekerheidstelling heeft betaald, aan betrokkene terug te betalen;
  • veroordeelt de officier van justitie tot het vergoeden van de proceskosten van betrokkene van € 453,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing , dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: