ECLI:NL:RBZWB:2025:4437
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H.C. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond wegens te laat ingediend beroep tegen verkeersboete
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het handelen in strijd met een gesloten verklaring op de Laan van Limburg te Roosendaal op 8 november 2019. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde vanwege te late indiening.
Betrokkene ging hiertegen in beroep bij de kantonrechter. Tijdens de zitting op 22 mei 2025 was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat het beroepschrift op 8 april 2023 werd ingediend, terwijl de termijn op grond van artikel 6:7 Awb Pro op 31 december 2019 was verstreken.
Volgens artikel 6:11 Awb Pro kan een te laat ingediend beroep ontvankelijk zijn als betrokkene bijzondere omstandigheden kan aantonen, wat hier niet het geval was. De kantonrechter verklaarde daarom het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van het beroep bij de officier van justitie.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening.