ECLI:NL:RBZWB:2025:4438
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.H.C. van Eck
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond verklaard wegens te laat ingediend bezwaar tegen verkeersboete wegens onverzekerd motorrijtuig
Betrokkene kreeg een administratieve sanctie opgelegd wegens het niet afsluiten en in stand houden van de vereiste verzekering voor een motorrijtuig, vastgesteld door de RDW op 6 oktober 2022.
Betrokkene stelde beroep in bij de officier van justitie, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het beroepschrift te laat was ingediend, namelijk op 8 maart 2023 terwijl de termijn op 7 januari 2023 eindigde. Betrokkene gaf geen redenen aan voor de te late indiening.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 6:7 Awb Pro een termijn van zes weken geldt voor het instellen van beroep bij de officier van justitie en dat een te late indiening alleen ontvankelijk kan zijn als bijzondere omstandigheden aannemelijk worden gemaakt. Betrokkene verscheen niet op de zitting en maakte geen bijzondere omstandigheden aannemelijk.
Daarom verklaarde de kantonrechter het beroep ongegrond en bevestigde de niet-ontvankelijkverklaring door de officier van justitie. De uitspraak werd gedaan op 22 mei 2025 door kantonrechter W.H.C. van Eck.
Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.