ECLI:NL:RBZWB:2025:4439

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
10 juli 2025
Zaaknummer
11442007 MB VERZ 24-964
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.H.C. van Eck
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:11 AwbWet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond wegens te laat indienen verkeersboete bij officier van justitie

Betrokkene kreeg een boete opgelegd voor het rijden met 24 km per uur te hard op een weg buiten de bebouwde kom op 29 september 2023. Tegen deze boete stelde betrokkene beroep in bij de officier van justitie, maar dit beroep werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege te late indiening.

Betrokkene stelde vervolgens beroep in bij de kantonrechter, die op 22 mei 2025 uitspraak deed. Tijdens de zitting was betrokkene niet aanwezig. De kantonrechter overwoog dat het beroepschrift bij de officier van justitie uiterlijk op 21 november 2023 ingediend had moeten zijn, maar pas op 30 november 2023 werd ontvangen.

Volgens artikel 6:11 Awb Pro kan een te laat ingediend beroep toch ontvankelijk zijn als het niet aan betrokkene kan worden toegerekend. Betrokkene slaagde er echter niet in bijzondere omstandigheden aan te tonen die het late indienen rechtvaardigen. De kantonrechter stelde dat betrokkene zelf verantwoordelijk is voor tijdige indiening, ook als een gemachtigde niet tijdig heeft gehandeld.

Daarom werd het beroep ongegrond verklaard en bevestigd dat de officier van justitie het beroep terecht niet-ontvankelijk had verklaard.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete is ongegrond verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team strafrecht
Zittingsplaats Bergen op Zoom
zaaknummer : 11442007 \ MB VERZ 24-964
CJIB-nummer : 8062 5422 6134 4049
uitspraakdatum : 22 mei 2025
proces-verbaal van de zitting en uitspraak op een beroep op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)
in de zaak van
naam : [betrokkene]
adres : [adres]
woonplaats : [woonplaats]
hierna: betrokkene

Verloop van de procedure

Aan betrokkene is een administratieve sanctie (hierna: boete) opgelegd. Betrokkene heeft daartegen beroep ingesteld bij de officier van justitie. De officier van justitie heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen die beslissing is door betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter.
De zaak is behandeld op de zitting van 22 mei 2025. Namens de officier van justitie is verschenen [naam] (hierna: zittingsvertegenwoordiger). Betrokkene is niet verschenen. De kantonrechter heeft op de zitting uitspraak gedaan.

Standpunten

De gedraging waarvoor de boete is opgelegd luidt, kort omschreven: 24 km per uur harder rijden dan mag op een (auto)weg buiten de bebouwde kom op de Schouwenbaan te Wouwse Plantage op 29 september 2023 om 18.50 uur.
De zittingsvertegenwoordiger heeft verzocht het beroep ongegrond te verklaren omdat het te laat is ingediend in de beroepsfase bij de officier van justitie.
Betrokkene heeft over het al dan niet te laat indienen van het beroep aangevoerd dat hij het indienen van beroep aan Skandara B.V. heeft overgelaten maar dat ze niet aan de slag zijn gegaan met dit beroepschrift.

Overwegingen

De kantonrechter overweegt als volgt. Voor het instellen van beroep bij de officier van justitie geldt op grond van artikel 6:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een termijn van zes weken. Die termijn eindigde in dit geval op 21 november 2023. De officier van justitie heeft het beroepschrift echter pas op 30 november 2023 ontvangen. Dat is te laat.
Artikel 6:11 van Pro de Awb bepaalt - kort gezegd - dat een te laat ingesteld beroep tóch ontvankelijk kan zijn, wanneer het de betrokkene niet kan worden toegerekend dat te laat beroep is ingesteld.
Betrokkene is echter niet verschenen op de zitting. De kantonrechter is van oordeel dat betrokkene met wat in het beroepschrift hierover is aangevoerd niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake is van bijzondere omstandigheden waardoor het te laat beroep instellen niet aan hem kan worden toegerekend. Betrokkene is zelf verantwoordelijk voor het tijdig indienen van het beroepschrift. Dat de potentiële gemachtigde niets heeft gedaan met zijn beroepschrift dient voor eigen rekening en risico te komen.
De officier van justitie heeft het beroep dus terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dit betekent dat het beroep tegen die beslissing ongegrond is.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.H.C. van Eck, kantonrechter, bijgestaan door de griffier C.G. Zevenhuijzen, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
Als u het niet eens bent met deze beslissing, dan kunt u binnen 6 weken na de hieronder vermelde datum van verzending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar alleen als:
de boete meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij Rechtbank Zeeland-West-Brabant, Team strafrecht, Postbus 67, 4330 AB Middelburg. Het beroepschrift moet zijn ondertekend door degene die beroep heeft ingesteld of door de gemachtigde.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in het beroepschrift uitdrukkelijk vraagt om een zitting waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum verzending: