ECLI:NL:RBZWB:2025:4490

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
3 juli 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
BRE 25/305
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Participatiewet
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag bijstand dak- en thuislozen wegens niet aantonen aanwezigheid bij controlebezoeken

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor bijstand naar de norm voor dak- en thuislozen, welke door het college van burgemeester en wethouders van Tilburg is afgewezen. Het college baseerde de afwijzing op het feit dat eiser niet aanwezig was tijdens twee controlebezoeken aan het opgegeven adres.

De rechtbank oordeelt dat de controlebezoeken op een logisch tijdstip en op juiste wijze zijn uitgevoerd. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat hij tijdens deze bezoeken aanwezig was, ondanks zijn stelling dat hij de deurbel niet hoorde en de mogelijke storing daarvan. De verklaringen van eiser en de eigenaresse van de woning zijn onvoldoende om het tegendeel te bewijzen.

De rechtbank concludeert dat sprake is van schending van de inlichtingenplicht, waardoor de afwijzing van de aanvraag terecht is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. De uitspraak is mondeling gedaan op 3 juli 2025.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet aantonen aanwezigheid bij controlebezoeken.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
Zittingsplaats Breda
Bestuursrecht
zaaknummer: BRE 25/305 PW
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 3 juli 2025 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats] , eiser

(gemachtigde: mr. I. Öztas),
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg(het college).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de aanvraag van eiser voor een bijstandsuitkering naar de norm voor dak- en thuislozen op grond van de Participatiewet.
1.1.
Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 24 oktober 2024 afgewezen. Met het bestreden besluit van 5 december 2024 op het bezwaar van eiser is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van eiser en namens het college mr. N.C.J.P. Melsen.
1.3.
Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beoordeling door de rechtbank

2. De rechtbank komt tot het oordeel dat het college terecht de aanvraag voor een bijstandsuitkering heeft afgewezen. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.1.
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor algemene bijstand naar de norm voor dak- en thuislozen. Het college hanteert hiervoor een specifieke regeling. Een aanvrager moet namelijk vooraf opgeven waar hij of zij verblijft en achteraf waar hij of zij heeft verbleven. Dit is van groot belang voor het recht op een bijstandsuitkering. Eiser heeft opgegeven dat hij ’s nachts verbleef op het adres [adres] .
2.2.
Het college heeft twee keer een controlebezoek afgelegd in de ochtend, door aan te bellen bij de woning. Hierop kwam beide keren geen reactie. De wijze van controle is naar het oordeel van de rechtbank in overeenstemming met vaste jurisprudentie. Ook het tijdstip, het begin van de ochtend, is een logisch en gebruikelijk tijdstip om een controlebezoek af te leggen. Eiser stelt dat hij wel aanwezig was in de woning, maar de bel niet heeft gehoord. De rechtbank is van oordeel dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij wel in de woning aanwezig was op de momenten van de controlebezoeken. De enkele verklaringen van eiser en de eigenaresse van de woning, mevrouw [persoon] , zijn daarvoor onvoldoende. Het gaat juist om de controle vanuit het college door de toezichthouders.
2.3.
Eiser stelt tevens dat de ringdeurbel misschien een storing had. Dat is een aanname, die niet is onderbouwd met enig bewijsstuk, en dus niet aannemelijk is gemaakt. De enkele stelling dat het in het algemeen voorkomt, is onvoldoende. Bovendien komt dit in beginsel voor eisers risico. Eiser moet zorgen dat hij bereikbaar en benaderbaar is en de deurbel kan horen. Eiser was daarvan op de hoogte, dit is namelijk duidelijk aan hem uitgelegd.
2.4.
De rechtbank is het eens met het college dat uit de controlebezoeken niet is gebleken dat eiser in de woning aanwezig was. Daardoor is sprake van schending van de inlichtingenplicht en is de aanvraag voor bijstand terecht afgewezen.
Conclusie en gevolgen
3. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college terecht de aanvraag van eiser heeft afgewezen. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
4. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 3 juli 2025 door mr. M. Breeman, rechter, in aanwezigheid van S.E. van Noort, griffier. Het proces-verbaal van de mondelinge uitspraak wordt geanonimiseerd gepubliceerd op www.rechtspraak.nl
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.