ECLI:NL:RBZWB:2025:4499
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank veroordeelt UWV tot vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens toeslagbeëindiging
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de verlaging van zijn toeslag op de WIA-uitkering door het UWV, maar dit bezwaar werd ongegrond verklaard. Vervolgens stelde verzoeker beroep in tegen dit besluit. Tijdens een lopende hoger beroepsprocedure bij de Centrale Raad van Beroep verhoogde het UWV het dagloon van verzoeker, waardoor zijn uitkering boven het sociaal minimum uitkwam. Dit leidde ertoe dat het UWV de toeslag op zijn uitkering beëindigde.
Hierdoor trok verzoeker zijn beroep in en verzocht om een veroordeling van het UWV in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat het UWV hiermee geheel aan verzoeker was tegemoetgekomen en wees het verzoek tot proceskostenveroordeling toe. De rechtbank legde het UWV op om een bedrag van €907,- aan proceskosten te vergoeden, bestaande uit de kosten voor het indienen van het beroepschrift. Daarnaast wees de rechtbank erop dat het UWV verplicht is het door verzoeker betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden.
Het standpunt van het UWV dat er geen recht op vergoeding bestond vanwege het ontbreken van procesbelang werd door de rechtbank verworpen. De uitspraak werd gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl op 17 juli 2025.
Uitkomst: Het UWV is veroordeeld tot betaling van €907,- aan proceskosten aan verzoeker.