Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- contractuele boete
- buitengerechtelijke incassokosten
- wettelijke rente tot 18 juni 2024
€
€
€
€
600,00
913,25
311,64
31,61
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
De huurder heeft een bedrijfsruimte gehuurd met een huurovereenkomst die eindigde op 30 april 2024. De verhuurder heeft voorafgaand aan het einde van de huur diverse herstelwerkzaamheden aangekondigd die de huurder moest uitvoeren om de ruimte in de oorspronkelijke staat op te leveren.
Ondanks meerdere waarschuwingen en een voorinspectie heeft de huurder de herstelwerkzaamheden niet naar behoren uitgevoerd. De verhuurder heeft de gebreken laten herstellen en de kosten hiervan bij de huurder in rekening gebracht. Daarnaast heeft de huurder de huur voor maart en april 2024 grotendeels onbetaald gelaten en deze onterecht verrekend met de waarborgsom.
De rechtbank oordeelt dat de huurder verplicht was de huur zonder verrekening te betalen en daarom een contractuele boete verschuldigd is. Ook is de huurder aansprakelijk voor de herstelkosten. De buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente worden toegekend. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van het resterende bedrag, vermeerderd met rente en kosten.
Uitkomst: Huurder moet resterende huur, contractuele boete, herstelkosten, incassokosten en rente betalen aan verhuurder.