ECLI:NL:RBZWB:2025:4528

Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Datum uitspraak
17 juni 2025
Publicatiedatum
11 juli 2025
Zaaknummer
C/02/428591 / JE RK 24-2054
Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Rekestprocedure
Rechters
  • Pellikaan
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:260 lid 1 BWArt. 1:247 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging ondertoezichtstelling minderjarige wegens bedreigde ontwikkeling en gezinsproblematiek

De kinderrechter van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 17 juni 2025 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarige te verlengen tot 20 september 2025. Deze maatregel is genomen op verzoek van de gecertificeerde instelling (GI), die verantwoordelijk is voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. De ouders oefenen het ouderlijk gezag uit, waarbij de minderjarige bij de moeder woont.

De ondertoezichtstelling was eerder verlengd tot 20 juni 2025. De GI heeft aangegeven dat er positieve ontwikkelingen zijn, maar ook nog zorgen over de situatie van de minderjarige. De rol van de biologische vader is onduidelijk, en het contact met hem is nog niet tot stand gebracht. Daarnaast brengt de aanstaande scheiding van de moeder en stiefvader en de geplande verhuizing nieuwe spanningen en onzekerheden met zich mee.

De GI ondersteunt de moeder bij praktische zaken en opvoedvaardigheden, maar er is nog onvoldoende zicht op haar capaciteiten om de minderjarige adequaat te begeleiden, vooral op het gebied van taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en schoolgang. De kinderrechter acht de betrokkenheid van de GI noodzakelijk om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, wat betekent dat de maatregel direct moet worden nageleefd, ook bij eventueel beroep. Hoger beroep kan binnen drie maanden worden ingesteld door de verzoeker of belanghebbenden.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt verlengd tot 20 september 2025 en is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Breda
Zaaknummer: C/02/428591 / JE RK 24-2054
Datum uitspraak: 17 juni 2025
Nadere beschikking van de kinderrechter over een verlenging van de ondertoezichtstelling
in de zaak van
WILLIAM SCHRIKKER JEUGDBESCHERMING & JEUGDRECLASSERING,
gevestigd te Amsterdam,
hierna te noemen: de gecertificeerde instelling (GI),
over
[minderjarige], geboren op [geboortedag] 2019 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen: [minderjarige] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[de moeder],
hierna te noemen: de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
[de vader],
hierna te noemen: de vader,
wonende in [woonplaats 2] .

1.Het verdere verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • de beschikking van de kinderrechter van 17 december 2024 en de daarin genoemde stukken;
  • de op 8 mei 2025 van de GI ontvangen brief d.d. 7 mei 2025, met bijlagen.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 17 juni 2025. Daarbij is verschenen en gehoord:
- een vertegenwoordigster van de GI.
1.3
De moeder en de vader zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

2.De feiten

2.1.
De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] woont bij de moeder.
2.3.
Bij beschikking van 17 december 2024 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 december 2024 verlengd tot 20 juni 2025. Het resterende deel van het verzoek van de GI is aangehouden.

3.Het resterende verzoek

3.1.
Ter beoordeling ligt nog voor het resterende deel van het verzoek van de GI om de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van 3 maanden, derhalve tot
20 september 2025.

4.De nadere beoordeling

4.1.
Op grond van artikel 1:255 lid 1 Burgerlijk Pro Wetboek (BW) kan de kinderrechter een minderjarige onder toezicht stellen van een gecertificeerde instelling wanneer die minderjarige zodanig opgroeit, dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, en:
a. de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn ouders of de ouder die het gezag uitoefenen, door dezen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd, en
b. de verwachting gerechtvaardigd is dat de ouders of de ouder die het gezag uitoefenen binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding, bedoeld in artikel 1:247 lid 2 BW Pro, in staat zijn te dragen.
4.2.
Ingevolge artikel 1:260 lid 1 BW Pro kan de kinderrechter, mits aan de grond, bedoeld in artikel 1:255 lid 1 BW Pro is voldaan, de duur van de ondertoezichtstelling telkens verlengen met ten hoogste een jaar.
4.3. Door de GI is aangegeven dat er positieve ontwikkelingen zijn maar dat er ook nog zorgen zijn over [minderjarige] . Het is voor de huidige jeugdzorgwerker onduidelijk welke rol de biologische vader van [minderjarige] op dit moment speelt. Het is nog niet gelukt om met hem in contact te komen. De jeugdzorgwerker gaat hierover opnieuw in gesprek met de moeder, maar heeft tijdens de kennismaking gemerkt dat dit onderwerp moeilijk bespreekbaar is. De jeugdzorgwerker heeft zorgen over de aankomende periode, doordat de moeder en stiefvader gaan scheiden, hetgeen mogelijk nieuwe spanningen met zich brengt binnen het gezin en ook effect op [minderjarige] zal hebben. Daarnaast zullen de moeder, [minderjarige] en zijn halfzusje gaan verhuizen en heeft de jeugdzorgwerker nog onvoldoende zicht of de moeder de kinderen in dit hele proces voldoende kan begeleiden en ondersteunen. De begeleiding van Amarant is sinds enkele maanden gestart, maar er is nog onvoldoende zicht op de opvoedvaardigheden van de moeder. De situatie is nog te precair om voort te zetten in het vrijwillig kader. Amarant zal de moeder ondersteunen bij de praktische zaken rondom de verhuizing. Daarnaast moet de moeder mogelijk begeleid worden in haar ouderschap, vooral op het gebied van taalontwikkeling, sociaal-emotionele ontwikkeling en schoolgang. De observaties en monitoring vanuit Amarant is noodzakelijk om de ontwikkeling en veiligheid van [minderjarige] te kunnen waarborgen en/of een goede inschatting te kunnen maken. Het maken en nakomen van afspraken met de moeder blijft een punt van zorg.
4.4. Gelet op het voorgaande is de kinderrechter van oordeel dat [minderjarige] nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en betrokkenheid van de GI nog steeds noodzakelijk is. Het resterende verzoek van de GI zal daarom worden toegewezen.
4.5.
De kinderrechter zal de beslissing, gelet op de aard van de maatregel, uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat de beslissing alvast moet worden gevolgd, ook als daartegen beroep wordt ingesteld.

5.De beslissing

De kinderrechter:
5.1.
verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] met ingang van 20 juni 2025 tot
20 september 2025;
5.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 17 juni 2025 door mr. Pellikaan, kinderrechter, in aanwezigheid van Baremans, als griffier, en op schrift gesteld op 1 juli 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.