Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
beschikking d.d. 11 juli 2025
[de erflaatster] ,
Het verzoek en de beoordeling
De beslissing
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Op 17 april 2025 werd een verzoekschrift ingediend door de wettelijk vertegenwoordiger van een minderjarige erfgenaam, waarin werd gevraagd om verlenging van de termijn van drie maanden voor het afleggen van een verklaring van beneficiaire aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. Tevens werd verzocht om machtiging tot inzage in alle gegevensdragers en administratie van de overledene.
De kantonrechter overwoog dat de wettelijke termijn van drie maanden, die loopt tot 27 juni 2025, verlengd kan worden omdat de wettelijk vertegenwoordiger meer tijd nodig heeft om de omvang en samenstelling van de nalatenschap te inventariseren. Het verzoek tot verlenging was tijdig ingediend en de termijn werd daarom verlengd tot 27 december 2025.
Daarnaast verleende de kantonrechter op grond van artikel 4:185 lid 2 BW Pro machtiging aan de verzoekster om inzage te verkrijgen in alle administratieve gegevens van de erflaatster, waaronder bancaire gegevens en belastingadministratie. Deze machtiging geldt tot en met 11 december 2025 en stelt de wettelijk vertegenwoordiger in staat om de baten en lasten van de nalatenschap te inventariseren.
De beschikking werd uitgesproken op 11 juli 2025 door kantonrechter Van der Lende-Mulder Smit tijdens een openbare terechtzitting in Middelburg.
Uitkomst: De termijn voor beneficiaire aanvaarding of verwerping van de nalatenschap is verlengd tot 27 december 2025 en machtiging tot inzage in de administratie verleend tot 11 december 2025.