ECLI:NL:RBZWB:2025:4631
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing Wajong-uitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de schorsing van zijn Wajong-uitkering. De voorzieningenrechter beoordeelt of er sprake is van onverwijlde spoed die een voorlopige maatregel rechtvaardigt.
Verzoeker heeft bankafschriften en een verklaring van zijn vriendin overlegd ter onderbouwing van het spoedeisend belang. De vriendin verklaarde dat zij de lasten en kosten alleen draagt, maar het is niet aangetoond dat de vaste lasten en noodzakelijke uitgaven niet kunnen worden voldaan uit haar inkomen.
De bankafschriften tonen een stabiel saldo ondanks de schorsing sinds 1 juni 2025, en verzoeker heeft geen afschriften van spaarrekeningen overgelegd, waardoor onduidelijk blijft hoeveel spaargeld beschikbaar is. Hierdoor is onvoldoende gebleken dat er een spoedeisend belang is voor een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende spoedeisend belang.