Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van het geding
2.De verdere beoordeling
€ 20,00(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
In deze bodemzaak stond de vraag centraal of een kredietovereenkomst in het kader van een consumentenkoop met achteraf betalen als consumentenkrediet valt onder titel 7.2A BW. De eiseres, Billink Finance B.V., stelde dat haar verdienmodel niet gebaseerd is op rente of incassokosten, maar op vergoeding van verkopers die uitgestelde betaling aanbieden.
De kantonrechter verwees naar het arrest van het Hof van Justitie van 17 oktober 2024 en concludeerde dat het krediet inderdaad onder de uitzondering van artikel 7:58 lid 2 onder Pro e BW valt. Hierdoor zijn de beschermende bepalingen van titel 7.2A BW niet van toepassing op de kredietovereenkomst.
Verder werd vastgesteld dat de verkoper niet volledig had voldaan aan de precontractuele informatieplichten, wat leidde tot een vermindering van de koopsom met 20%. De kantonrechter veroordeelde de gedaagde tot betaling van een bedrag van €69,44 plus wettelijke rente en proceskosten, en wees het meer of anders gevorderde af.
De zaak werd behandeld als een verstekzaak waarbij de vertrouwelijke informatie over het verdienmodel niet aan de gedaagde is verstrekt, conform het verzoek van eiseres. Het vonnis is uitgesproken op 16 juli 2025 door kantonrechter Eijssen-Vruwink.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €69,44 plus wettelijke rente en proceskosten, met gedeeltelijke vernietiging van de koopsom.