Uitspraak
RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT
1.Het verloop van de procedure
- mevrouw [naam 1] , psycholoog;
- mevrouw [naam 2] , (waarnemend) arts;
- mevrouw [naam 3] , verpleegkundige;
- de echtgenote van betrokkene.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging tot opname en verblijf van betrokkene, geboren in 1950, voor de duur van vijf jaar. Betrokkene verzet zich hiertegen en wenst terug te keren naar huis, wat door zijn advocaat wordt ondersteund. De psycholoog, (waarnemend) arts en verpleegkundige onderbouwen echter dat betrokkene lijdt aan een psychogeriatrische aandoening (frontotemporale dementie) die 24-uurs professionele zorg vereist.
De rechtbank stelt vast dat betrokkene door zijn aandoening ernstig nadeel ondervindt, waaronder risico op lichamelijk letsel, psychische schade, verwaarlozing en maatschappelijke teloorgang. Een terugkeer naar huis brengt ook risico's mee voor de mantelzorger, de echtgenote. Gezien het ontbreken van minder bezwarende alternatieven en het consistente verbale verzet van betrokkene, acht de rechtbank opname en verblijf noodzakelijk en geschikt.
Hoewel het verzoek was voor vijf jaar, volgt de rechtbank de advocaat in de redenering dat na één of twee jaar een vrijwillig verblijf mogelijk kan zijn. Daarom wordt de machtiging verleend voor twee jaar. De beschikking is op 11 juli 2025 mondeling gegeven en op 15 juli 2025 schriftelijk vastgesteld.
Uitkomst: De rechtbank verleent een machtiging tot opname en verblijf voor betrokkene voor de duur van twee jaar.