De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft op 18 juli 2025 uitspraak gedaan in de strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van meerdere woninginbraken, diefstal met een valse autosleutel, diefstal met gestolen pinpassen en opzet- en schuldheling. De zaak is inhoudelijk behandeld op 4 juli 2025.
De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 19 mei 2024 een woning aan een adres in de plaats is binnengedrongen door inklimming, waarbij onder andere een autosleutel en een handtas met pinpassen werden gestolen. Met de autosleutel werd een Renault Kadjar gestolen en met de pinpassen werd kort daarna geld gepind bij tankstations. Verdachte reed zelf de gestolen auto en gaf de pinpassen aan een medeverdachte die ermee pinten deed. Daarnaast werd bewezen verklaard dat verdachte op 10 juni 2024 sieraden had die hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze gestolen waren, en dat hij op 22 oktober 2024 een gestolen Audi A8 onder zich had, waarvan hij schuldheling pleegde.
Voor enkele feiten, waaronder een woninginbraak op 8 juni 2024 en een diefstal op 3 augustus 2024, sprak de rechtbank verdachte vrij wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank legde een gevangenisstraf van tien maanden op, geheel onvoorwaardelijk, met aftrek van het voorarrest. Tevens werd verdachte veroordeeld tot betaling van materiële schade aan een benadeelde partij, met hoofdelijkheid voor een deel van de schade samen met mededaders.
De rechtbank motiveerde de straf onder meer met de ernst van de feiten, het inbreuk maken op de privacy en veiligheid van slachtoffers, en de recidive van verdachte. De reclassering zag geen mogelijkheden voor een voorwaardelijke straf. Verder werd beslag gelegd op een inbeslaggenomen verdovend middel en werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven.