ECLI:NL:RBZWB:2025:4711
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beslissing geheimhoudingskamer over verzoek tot geheimhouding interne stukken in belastingzaak
In deze bestuursrechtelijke procedure heeft de inspecteur van de Belastingdienst een verzoek ingediend om geheimhouding van diverse interne e-mails en memo’s die betrekking hebben op de zaak van belanghebbende. De stukken bevatten intern beraad, controlestrategische overwegingen en juridische standpunten.
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen het verzoek om geheimhouding, maar de geheimhoudingskamer heeft besloten geen mondelinge behandeling te houden omdat de schriftelijke stukken voldoende inzicht boden. De kamer heeft vervolgens een belangenafweging gemaakt tussen het belang van belanghebbende bij volledige inzage en het belang van de inspecteur bij vertrouwelijkheid.
De kamer oordeelt dat het belang van de inspecteur bij vertrouwelijkheid van intern beraad en collegiale toetsing zwaarder weegt dan het belang van belanghebbende bij volledige kennisneming. Daarom wordt het verzoek tot geheimhouding toegewezen en blijven de stukken buiten beschouwing bij de behandeling van het beroep.
Tenslotte is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze beslissing hoger beroep in te stellen tegelijk met het hoger beroep in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek van de inspecteur tot geheimhouding van interne stukken wordt toegewezen.