ECLI:NL:RBZWB:2025:4730
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
- Bodemzaak
- Van Dam
- Rechtspraak.nl
Betaling afkoopsom na beëindiging huurovereenkomst toegewezen
Partijen zijn een huurovereenkomst aangegaan voor twee adressen in een plaats, die op 1 april 2024 zou ingaan. Vervolgens is overeengekomen dat de huurovereenkomst wordt beëindigd tegen betaling van een afkoopsom van €22.500, te voldoen in maandelijkse termijnen van €2.500 vanaf 1 juli 2024. De gedaagde, een huurder, heeft deze afkoopsom niet betaald.
AVV vordert betaling van de afkoopsom vermeerderd met wettelijke rente en incassokosten, alsmede vergoeding van proceskosten. De huurder voert aan dat persoonlijke omstandigheden haar verhinderden te betalen en beroept zich op een ontbindende voorwaarde in de huurovereenkomst omtrent het niet verkrijgen van een vergunning. Tevens stelt zij dat haar besloten vennootschap mogelijk in de plaats is getreden.
De kantonrechter oordeelt dat de persoonlijke omstandigheden de huurder niet ontslaan van haar contractuele verplichtingen. De ontbindende voorwaarde is niet van toepassing omdat de huurder niet heeft ontbonden maar nieuwe afspraken heeft gemaakt. Ook is niet gebleken dat de besloten vennootschap in de plaats is getreden. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de vervaldatums van de termijnen. De buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden eveneens aan AVV toegewezen.
De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de afkoopsom, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en wijst het meer of anders gevorderde af.
Uitkomst: De huurder wordt veroordeeld tot betaling van de afkoopsom, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten.